Paragraaf 2 Lokale heffingen

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - Algemeen

Lokale heffingen zijn te onderscheiden in belastingen enerzijds en leges, rechten en overige tarieven anderzijds. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang voor de raad omdat ze, naast de inkomsten van de algemene uitkering, veelal de enige mogelijkheid vormen om aanvullende wensen te kunnen financieren. Tegelijkertijd wordt steeds kritischer gekeken naar de totale gemeentelijke belastingdruk. Daarbij is niet alleen inzicht in absolute zin belangrijk, aangezien Woensdrecht niet op zichzelf staat: inzicht in de hoogte van de heffingen van vergelijkbare gemeenten is eveneens verhelderend. Een gemeente is beperkt in de belastingsoorten die ze mag heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de Gemeentewet.

In deze paragraaf treft u een toelichting op de belangrijkste tariefaanpassingen voor het begrotingsjaar 2027. De belastingverordeningen voor 2027 worden in de openbare raadsvergadering van december 2026 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De in deze paragraaf opgenomen tarieven voor 2027 zijn onder voorbehoud van besluitvorming door de raad. Na de uitgangspunten van ons lokale beleid, een tabel van de geraamde inkomsten in 2027 (A) en een overzicht van de tariefontwikkeling 2023-2027 (B) worden achtereenvolgens de volgende onderwerpen toegelicht:

1. Onroerendezaakbelastingen (ozb)
2. Afvalstoffenheffing
3. Rioolheffing
4. Lokale lastendruk
5. Vergelijkend overzicht woonlasten
6. Forensenbelasting
7. Verblijfsbelasting 
8. Marktgelden
9. Lijkbezorgingsrechten
10. Leges
11. Kwijtscheldingsbeleid

Lokaal beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - Lokaal beleid

Het beleid ten aanzien van lokale heffingen is gebaseerd op de uitgangspunten van het coalitieakkoord 2026-2030 en het collegewerkprogramma 2027-2030 'Voor elkaar, voor Woensdrecht!'  

We voeren een zorgvuldig en evenwichtig beleid voor onze lokale heffingen, waarbij we oog houden voor zowel een gezonde financiële positie van de gemeente als de lasten voor onze inwoners en ondernemers. Uitgangspunt is dat de gemeentelijke woonlasten voor onroerendezaakbelasting en rioolheffing gezamenlijk niet verder stijgen dan met de inflatiecorrectie.

Voor de afvalstoffenheffing blijft daarbij het uitgangspunt ‘de gebruiker betaalt’. Bij heffingen die samenhangen met specifieke gemeentelijke dienstverlening streven we naar een transparante en uitlegbare verdeling van de kosten. Zo zorgen we voor een verantwoorde balans tussen de inkomsten die nodig zijn voor onze voorzieningen en dienstverlening en betaalbare lokale lasten voor onze inwoners en ondernemers.

Woensdrecht kent een gemiddeld belastingniveau. De COELO-Atlas 2026, die voor alle Nederlandse gemeenten een vergelijking maakt van de woonlasten, bevestigt dit beeld. De woonlasten worden gedefinieerd als het totaal van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Van de 342 gemeenten in Nederland staat Woensdrecht op plaats 89; dat wil zeggen dat er 88 gemeenten zijn die lagere woonlasten hebben en 253 met hogere woonlasten. 

A. Geraamde inkomsten

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - A. Geraamde inkomsten

In 2027 worden de volgende inkomsten met betrekking tot de lokale heffingen geraamd:

Bedragen kolom 2 t/m 6 x € 1.000
Titel
Jaarstukken 2025
Begroting 2026 (incl. wijziging)
Primitieve begroting 2027
Heffings-maatregel 2027
Totaal 2027 (1)
In % 2027 (2)
Bedrag 2027 (per inwoner) (3)
1
2
3
4
5
6
7
8
Onroerende zaakbelastingen
6.210
6.434
6.500
170
6.670
49,82%
€ 300
Afvalstoffenheffing
3.029
3.096
3.136
196
3.332
24,89%
€ 150
Rioolheffing
2.370
2.483
2.490
124
2.614
19,52%
€ 118
Hondenbelasting
120
-
-
-
-
0,00%
€ -
Forensenbelasting
56
56
56
-
56
0,42%
€ 3
Verblijfsbelasting
603
716
716
-
716
5,35%
€ 32
Totaal:
12.388
12.785
12.898
490
13.388
100%
€ 602
(1) Opbrengst na verwerking van de heffingsmaatregel 2027.
(2) Opbrengst per belastingsoort als percentage van de totale belastingopbrengst 2027.
(3) Totaal 2027 gedeeld door aantal inwoners gemeente Woensdrecht (raming per 1-1-2027 = 22.225)

B. Tariefontwikkeling 2023-2027

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - B. Tariefontwikkeling 2023-2027
Tarieven per belastingsoort
2023
2024
2025
2026
2027
Onroerende zaakbelastingen
Woningen: eigenaren
0,1058%
0,1075%
0,1040%
0,0975%
0,0942%
Niet-woningen: eigenaren
0,1821%
0,1887%
0,1887%
0,1902%
0,1905%
Niet-woningen: gebruikers
0,1527%
0,1582%
0,1582%
0,1595%
0,1598%
Afvalstoffenheffing
Bedragen in €
Vast deel
197,25
212,25
212,25
222,86
236,79
voor het ter beschikking stellen van een extra container voor gft
100,00
100,00
Afvalcontainer (per lediging):
- 240 liter restafvalcontainer
1 - 13 ledigingen
9,02
9,71
9,71
10,20
10,84
14 - 20 ledigingen
11,27
12,13
12,13
12,74
13,54
21 - 26 ledigingen
13,53
14,56
14,56
15,29
16,25
- 140 liter restafvalcontainer
1 - 13 ledigingen
5,29
5,69
5,69
5,97
6,34
14 - 20 ledigingen
6,60
7,10
7,10
7,46
7,93
21 - 26 ledigingen
7,89
8,49
8,49
8,91
9,47
- 240 liter gft-afvalcontainer
-
-
-
-
-
- 140 liter gft-afvalcontainer
-
-
-
-
-
- Ondergrondse restafvalcontainer (per inworp)
1,13
1,22
1,22
1,28
1,36
Rioolheffing
Art.nr.
Systematiek
Bedragen in €
Vastrecht
1.1.1
woning met één persoon
157,40
165,35
173,60
182,30
191,40
woning met meerdere personen
210,00
220,50
231,50
243,10
255,25
1.1.2
niet-woning
210,00
220,50
231,50
243,10
255,25
Gedifferentieerde tarieven niet-woningen
2.1.1
vastrecht + variabel tarief voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 501 m3 tot en met 1.000 m3, per m3
0,95
1,00
1,05
1,10
1,16
2.1.2
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag
0,54
0,57
0,60
0,63
0,66
2.1.3
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 10.001 tot en met 20.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 en 2.1.2 berekende bedrag
0,25
0,26
0,27
0,28
0,29
2.1.4
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 20.001 tot en met 30.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.3 berekende bedrag
0,24
0,25
0,26
0,27
0,28
2.1.5
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 30.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag
0,23
0,24
0,25
0,26
0,27
Hondenbelasting
1e hond
37,50
37,50
37,50
-
-
2e en volgende hond
65,00
65,00
65,00
-
-
Kennel
155,00
155,00
155,00
-
-
Forensenbelasting
Tarief
0,3179%
0,3231%
0,3125%
0,2930%
0,2831%
Verblijfsbelasting (t/m 2025 toeristenbelasting)
Per overnachting, per persoon
1,50
1,50
1,50
1,50
1,50
Marktgelden
Weekmarkt Hoogerheide
4,50
4,50
4,50
4,50
4,50
Weekmarkt Putte
4,50
4,50
4,50
4,50
4,50
Jaarmarkt Putte
105,00
105,00
105,00
105,00
105,00

1. Onroerendezaakbelastingen (ozb)

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 1. Onroerendezaakbelastingen (ozb)

De onroerendezaakbelastingen worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak; de WOZ-waarde. De peildatum van de WOZ-waarde is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. De WOZ-waarde per 1 januari 2026 is leidend voor de belastingaanslag van 2027. 

De Belastingsamenwerking West-Brabant stelt jaarlijks de nieuwe WOZ-waarden vast voor alle woningen en niet-woningen. Dat gebeurt kort voor het opleggen van de aanslagen, omdat dan voldoende informatie beschikbaar is voor de herwaardering. De tarieven voor 2027 die in deze begroting zijn opgenomen zijn dan ook voorlopig en gebaseerd op de tarieven van 2026 met een indexatie. De definitieve tarieven zullen via het voorstel voor de Verordening voor de heffing en invordering van de onroerendezaakbelasting 2027 aan de gemeenteraad worden aangeboden. De voorlopige tarieven worden hierbij alleen nog gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. 

De inflatiecorrectie voor 2027 bedraagt +2,91%. Dit is gebaseerd op de ontwikkeling van de consumentenprijsindex van de maand juni 2026 ten opzichte van juni 2025 (bron: CBS). Voor het meerjarenperspectief 2028-2030 van de begroting wordt bij de opbrengst van de onroerendezaakbelastingen rekening gehouden met een inflatiepercentage van +1%.

Het ‘normtarief’, ofwel redelijk peil van de onroerendezaakbelasting, is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor 2027 vastgesteld op 0,1595% van de WOZ-waarde (2026: 0,1648%; bron: Meicirculaire gemeentefonds 2026).

2. Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 2. Afvalstoffenheffing

Iedere gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen binnen haar grondgebied (art. 10.21 en 10.22 Wet milieubeheer). De gemeente kan, ter compensatie van de kosten die verbonden zijn aan de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen. Deze heffing geldt alleen voor inwoners en voor ieder perceel (woning) waar de mogelijkheid bestaat tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, ook al wordt er geen afval aangeboden.

Landelijk zijn gemeenten op zoek naar manieren om meer ‘afval’ te recyclen en minder aan te bieden als restafval. Ook de gemeente Woensdrecht streeft naar een hogere mate van recycling. De kosten voor afvalverwerking stijgen, terwijl de noodzaak om grondstoffen duurzaam te recyclen toe neemt. Daarnaast heeft de gemeente zich gecommitteerd aan de doelstelling van het nationale VANG-programma (Van Afval Naar Grondstof). Dit programma beschrijft de doelstellingen voor gemeenten op het gebied van circulariteit van grondstoffen: in 2030 moet minimaal 60% van het huishoudelijk afval gerecycled worden en daarmee moet de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terug worden gebracht tot onder de 100 kilo (bron: www.vang-hha.nl). In 2025 was het recycle percentage van de gemeente Woensdrecht 60% (bron: VANG recycletool, www.benchmarkafval.nl) en de hoeveelheid restafval bedraagt 182 kg per inwoner (bron: Saver N.V.). 

Tevens moet de activiteit ‘afvalinzameling & -verwerking’ kostendekkend uitgevoerd worden. Dat betekent dat de lasten financieel gedekt moeten worden door de baten. Maar ook dat het principe geldt: 'de gebruiker betaalt'. Om de doelstelling te behalen heeft de raad in 2019 besloten met ingang van 2020 de volgende maatregelen te nemen:

  • Verhoging van de variabele en invoering van progressieve tarieven van het aanbieden van het restafval;
  • Verhoging van het tarief voor de extra tikken op de milieustraat.

De ophaalfrequentie van het afval is éénmaal in de twee weken.  

Voor 2027 zien we dat de totale lasten van de afvalinzameling en -verwerking toenemen ten opzichte van de geraamde kosten in de programmabegroting 2026. Deze stijging wordt veroorzaakt door verschillende ontwikkelingen. Zo nemen de kosten voor de afvalinzameling toe als gevolg van de jaarlijkse indexering van de tarieven van Saver N.V. Een van de belangrijkste kostenverhogende ontwikkelingen is de door het Rijk ingevoerde CO2-heffing op de verwerking van restafval. Daarnaast leiden het plaatsen van 15 ondergrondse GFT-E afvalcontainers, het plaatsen van sensoren in de openbare straatafvalcontainers en de inzet van de GRIP-wagen tot hogere kosten.

Om de afvalinzameling en -verwerking in 2027 kostendekkend te krijgen zouden de tarieven van de afvalstoffenheffing met ingang van 2027 verhoogd moeten worden met 9,25%. Om de tariefstijging voor 2027 te beperken en vooruitlopend op het op te stellen afvalbeleidsplan worden de kosten van de sensoren en de inzet van de GRIP-wagen in 2027 ten laste van de voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking' gebracht. Om de afvalverwerking in 2027 kostendekkend te krijgen wordt de raad voorgesteld de tarieven van de afvalstoffenheffing met ingang van 2027 te verhogen met 6,25%. Tevens wordt de raad voorgesteld de tarieven voor het gebruik van de milieustraat met 6,25% te verhogen. De belasting voor het gebruik van de milieustraat bedraagt:

Voor het 4e tegoed op de Saverpas: € 20,30 (in 2026: € 19,10);
Voor het 5e en 6e tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 40,40 (in 2026: € 38,05);
Voor het 7e en volgende tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 67,55 (in 2026: € 63,60).
Het aantal ‘gratis’ tikken op de milieustraat blijft ongewijzigd: namelijk 3.

De opbrengsten aan afvalstoffenheffing worden geraamd op € 3.331.500 en dit resulteert in een kostendekkingspercentage van 97,3% Rekening houdend met de aanwending van de voorziening bedraagt het kostendekkingspercentage 100%.

Voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking'

Woensdrecht heeft een voorziening 'egalisatie afvalinzameling & -verwerking' tot haar beschikking voor het afdekken van risico's en financiële resultaten van afval. Het verwachte saldo van de voorziening per 01-01-2027 bedraagt (afgerond) € 877.000.

Ketenovereenkomst Verpakkingen 

Met ingang van 2026 is de Samenwerkingsovereenkomst Verpakkingen 2025-2030 van kracht. Onderdeel van deze overeenkomst is een nieuwe systematiek voor de vergoeding van de inzameling van PMD. De hoogte van de vergoeding wordt afhankelijk van de kwaliteit van het ingezamelde PMD en wordt per inzamelsysteem vastgesteld aan de hand van samenstellingsmetingen.

Stijging CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties 

Vanaf 1 januari 2027 betalen afvalverbrandingsinstallaties meer CO2-belasting. De tarieven per 1.000 kilo CO2-uitstoot lopen elk jaar op. Met deze maatregel wil het kabinet de afvalverbrandingsinstallaties stimuleren om minder CO2 uit te stoten. Dat is nodig voor het halen van de klimaatdoelen. (Bron: Rijksoverheid)

Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking’:

Taakveld ´7.3 Afval´ is het centrale taakveld. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.3 Afval’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 32.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 25% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 85.000 voor het deel van de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing in de heffing betrokken. Het geraamde saldo van 'afvalinzameling & -verwerking' bedraagt € 169 nadelig.

Kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking
Bedragen in €
Taakveld/omschrijving
Specificatie
Bedrag 2027
%
Lasten
7.3 Afval
1. Afvalinzameling
-1.368.250
2. Afvalverwerking
-633.215
3. Milieustraat
-984.500
4. Overig
-264.697
2.1 Verkeer en vervoer
5. Straatreiniging
-32.363
6.3 Inkomensregelingen
6. Kwijtschelding afvalstoffenheffing
-85.000
Overhead
-34.740
BTW
-417.326
Baten (exclusief opbrengsten afvalstoffenheffing)
7.3 Afval
2. Afvalverwerking
332.000
3. Milieustraat
8.522
7. Dividenduitkering Saver N.V.
55.000
Totaal (lasten minus baten)
-3.424.569
100%
Opbrengsten afvalstoffenheffing (opgenomen in taakveld 7.3 Afval)
3.331.500
Saldo en kostendekkendheid
-93.069
97%
Onttrekking aan de voorziening 'afvalinzameling & - verwerking'
92.900
Saldo afvalinzameling & -verwerking na onttrekking aan de voorziening
-169

3. Rioolheffing

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 3. Rioolheffing

Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt geheven: een belasting ter bestrijding van de kosten die voor de gemeenten verbonden zijn aan:

  • de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater en;
  • de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde en afvloeiende hemelwater, evenals het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Het college van burgemeester en wethouders kan ter invulling van de taak, op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer, een gemeentelijk rioleringsprogramma vaststellen (art. 3.14 Omgevingswet). In het gemeentelijk waterprogramma (GWP) wordt aangegeven op welke manier de gemeente de gemeentelijke watertaken wil verbeteren, uitbreiden, onderhouden en beheren en welke middelen noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te bereiken. Het huidige GWP is vastgesteld door de gemeenteraad in november 2023 en heeft een looptijd van 4 jaar (2024-2027).

Te rekenen van het belastingjaar 2010 wordt een rioolheffing geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. De rioolheffing kent twee grondslagen:

  • een vast tarief per perceel;
  • een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

De raad wordt voorgesteld om de vaste en variabele tarieven voor 2027 aan te passen. De tarieven voor 2027 zijn opgenomen in het overzicht van de tariefontwikkeling 2023-2027 (B) in deze paragraaf. De tarieven stijgen gemiddeld met 5,0%. Conform het door de raad vastgestelde kostendekkingsplan in het GWP 2024-2027.

Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid riolering’:

In de tabel zijn de lasten en baten opgenomen, die voor het bepalen van de tarieven van de rioolheffing van toepassing zijn. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.2 Riolering’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 97.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 75% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Het vegen van de goten beperkt het instromen van vuil in de straatkolken en voorkomt vervuiling van het rioolstelsel.

Van het taakveld '5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie' wordt een bedrag van € 97.500 in de heffing betrokken. Dit betreft de geraamde lasten van het onderhoud van de gemeentelijke watergangen (sloten) inclusief het afvoeren van het slootvuil. Het toerekenen van het onderhoud watergangen aan rioolbeheer is reëel vanuit de relatie met de zorgplicht hemelwater. Het functioneren van het hemelwaterriool is gekoppeld aan het functioneren van de watergangen die dienen voor de afvoer van regenwater.

Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 65.000 voor het deel van de kwijtschelding van de rioolheffing in de heffing betrokken.

In de lasten van het taakveld '7.2 Riolering´ is een toevoeging aan de voorziening ´rioolbeheer´ opgenomen van (afgerond) € 1.212.000. De toevoeging aan de voorziening is gebaseerd op het 'GWP 2024-2027’. Het kostendekkingspercentage van riolering is 100%.

Kostendekkendheid riolering
Bedragen in €
Taakveld/omschrijving
Specificatie
Bedrag 2027
%
Lasten
7.2 Riolering
1. Exploitatie en beheer riolering
-1.862.383
2. Heffing en invordering rioolheffing
-49.549
2.1 Verkeer en vervoer
3. Aandeel kosten straatreiniging
-97.088
5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie
4. Kosten onderhoud watergangen
-97.500
6.3 Inkomensregelingen
5. Kwijtschelding rioolheffing
-65.000
Overhead
-285.846
BTW
-156.884
Baten (exclusief opbrengsten rioolheffing)
7.2 Riolering
N.v.t.
-
Totaal (lasten minus baten)
-2.614.250
100%
Opbrengsten rioolheffing (opgenomen in taakveld 7.2 Riolering)
2.614.250
Saldo en kostendekkendheid
-
100%

4. Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 4. Lokale lastendruk

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de lastenontwikkeling van een gezin (meerpersoonshuishouden). De woonlasten bestaan uit drie onderdelen: onroerende-zaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de onroerende-zaakbelasting wordt uitgegaan van een gezin met in eigendom een woning met een getaxeerde waarde voor het jaar 2027 van € 476.000. De waarde van € 476.000 is gebaseerd op de gemiddelde woningwaarde van 2025 van € 406.000 (bron: CBS StatLine 9-2026) gecorrigeerd met een verwachte waardestijging voor 2026 van +10,0% (bron: BWB) en voor 2027 van gemiddeld +6,5% (bron: Waarderingskamer 6-2026). Voor de afvalstoffenheffing wordt voor het jaar 2027 uitgegaan van gemiddeld 13 ledigingen van een 240 liter restafvalcontainer.

Bedragen in €
Lokale lastendruk
2023
2024
2025
2026
2027 *
Lastenontwikkeling gezin
912,80
968,56
992,22
1.034,39
1.081,35
* Berekend als volgt: OZB € 476.000 x 0,0942% + riool € 255,25 + afval vast € 236,79 + afval variabel 13 x € 10,84
De in de tabel gehanteerde WOZ-waarden zijn gebaseerd op de door het CBS gepubliceerde cijfers 'gemiddelde WOZ-waarde van woningen'.

5. Vergelijkend overzicht woonlasten

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 5. Vergelijkend overzicht woonlasten

Om inzicht te hebben in de hoogte van de woonlasten in Woensdrecht zijn in onderstaande tabel de woonlasten van een aantal (buur)gemeenten opgenomen, zij het dat deze betrekking hebben op 2026. De tarieven 2027 van deze gemeenten zijn thans nog niet bekend.

Ter informatie zijn ook de “laagste” en de “hoogste” waarden opgenomen. De cijfers zijn ontleend aan de “Atlas van de lokale lasten 2026” van het COELO. Het begrip ´bruto gemeentelijke woonlasten´ is samengesteld uit de OZB voor een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing, .

Vergelijkend overzicht woonlasten
Bedragen in €
Gemeente
Bruto woonlasten eph 2026
Bruto woonlasten mph 2026
Landelijk rangtelnummer
Rijssen-Holten
647
669
1
Etten-Leur
795
820
5
Tholen
791
900
23
Rucphen
857
938
40
Woensdrecht
892
1.002
89
Reimerswaal
824
1.011
95
Gemiddelde Noord-Brabant
921
1.011
Halderberge
883
1.022
106
Roosendaal
1.000
1.038
123
Moerdijk
864
1.045
134
Steenbergen
910
1.051
145
Gemiddelde Nederland
1.000
1.095
Bergen op Zoom
1.043
1.095
190
Zundert
1.142
1.262
291
Bloemendaal
1.949
2.279
342
eph = éénpersoonshuishouden
mph = méérpersoonshuishouden met eigen woning

Hieruit blijkt dat Woensdrecht ten opzichte van 2025 in de stand van het landelijk rangnummer is gestegen. Stond Woensdrecht in 2025 op nummer 85 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 960), nu staat Woensdrecht op nummer 89 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 1.002). Woensdrecht bevindt zich daarmee onder het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant en Nederland.

6. Forensenbelasting

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 6. Forensenbelasting

De forensenbelasting wordt opgelegd aan natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben en die meer dan 90 dagen een tweede (gemeubileerde) woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt is vastgesteld.

Het tarief forensenbelasting 2027 is geïndexeerd met het inflatiepercentage (+2,91%). Bij de tariefbepaling wordt tevens rekening gehouden met een correctie voor de waardemutatie van de onroerende zaken. De Belastingsamenwerking West-Brabant stelt jaarlijks de nieuwe WOZ-waarden vast voor alle woningen en niet-woningen. Dat gebeurt kort voor het opleggen van de aanslagen, omdat dan voldoende informatie beschikbaar is voor de herwaardering. Het tarief forensenbelasting 2027 dat in deze begroting is opgenomen, is dan ook voorlopig. Het definitieve tarief zal via het voorstel voor de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2027 aan de gemeenteraad worden aangeboden. Het voorlopige tarief zal hierbij alleen nog worden gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. Een stijging van de waarde leidt tot een lager tarief en een daling van de waarde tot een hoger tarief. De totale opbrengst verandert niet.

7. Verblijfsbelasting

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 7. Verblijfsbelasting

Verblijfsbelasting is een directe belasting die geheven wordt voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding - in welke vorm dan ook - door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisadministratie personen van de gemeente zijn opgenomen. De belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf in hem ter beschikking staande ruimten, dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. In de Verordening verblijfsbelasting is een registratieplicht opgenomen, zodat duidelijk is dat de exploitant de verplichting heeft zorg te dragen voor een registratie van het aantal overnachtingen.

Tarief
De raad heeft in 2020 besloten het tarief met ingang van het jaar 2020 te verhogen van € 1,00 naar € 1,50 per persoon, per overnachting ongeacht het type verblijf. Voor 2027 blijft het tarief ongewijzigd ten opzichte van 2026.

8. Marktgelden

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 8. Marktgelden

De tarieven voor 2027 veranderen niet ten opzichte van 2026. 

Baten en lasten van de markten
Bedragen in €
Omschrijving
Begroting 2027
Jaarstukken 2025
Weekmarkt Putte
2.319
€ 1.645
Jaarmarkt Putte
17.179
€ 16.065
Weekmarkt Hoogerheide
2.502
€ 2.267
Totaal baten
22.000
€ 19.977
Totaal lasten*
-58.547
€ -56.376
Kostendekkingspercentage
-37,6%
-35,4%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.

9. Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 9. Lijkbezorgingsrechten

De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn voor 2027 geïndexeerd met het inflatiepercentage (+2,91%). 

Bedragen in €
Baten en lasten van de lijkbezorging
Omschrijving
Begroting 2027
Jaarrekening 2025
Baten (diverse tarieven)
59.625
56.130
Lasten: begraafplaatsen / lijkbezorging*
-124.443
-128.647
Kostendekkingspercentage
47,9%
43,6%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.

10. Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 10. Leges

Naast belastingen heft de gemeente rechten (leges) voor individuele dienstverlening aan haar inwoners.  De tarieven van de rechten dienen zodanig vastgesteld te worden dat de geraamde opbrengsten de geraamde kosten van het verlenen van de dienst niet overschrijden. De geraamde opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter compensatie van de geraamde kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. Daarbij dient rekening te worden gehouden met van rijkswege vastgestelde maximumtarieven, zoals bijvoorbeeld voor reisdocumenten en rijbewijzen. Het voorziene kostendekkingspercentage van de leges is wettelijk gelimiteerd op 100%.

De legesverordening is naar aard van de dienstverlening ingedeeld in drie hoofdstukken:

  • hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening;
  • hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet;
  • hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is.

Het komt voor dat bepaalde onderdelen van de legesverordening een hogere opbrengst realiseren dan de daaraan toegerekende kosten, terwijl bij een ander onderdeel geen 100%-kostenverhaal mogelijk blijkt te zijn. Binnen hoofdstuk 1 en 2 is kruissubsidiëring toegestaan, zodat een eventueel dekkingstekort van de ene paragraaf gecompenseerd kan worden door een hoger dekkingspercentage van een andere paragraaf in deze hoofdstukken. Bij hoofdstuk 3 is alleen binnen het hoofdstuk kruissubsidiëring per paragraaf toegestaan. Het streven is een volledige kostendekking te realiseren en voor zover nodig daartoe kruissubsidiëring toe te passen.

Hierna is een overzicht opgenomen van de geraamde baten en lasten voor 2027 met de bijbehorende percentages van de kostendekking per paragraaf. Binnen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 wordt kruissubsidiëring tussen de paragrafen toegepast. De mate van kostendekking blijkt uit het overzicht. Niet vermelde paragrafen zijn 'gereserveerde' paragrafen. De tarieven voor 2027 zijn gebaseerd op de tarieven 2026 aangepast met een inflatiecorrectie van +2,91% (bron: CBS). In de lasten zijn de directe kosten opgenomen die verbonden zijn aan de betreffende leges, de loonkosten en de opslagpercentage overhead op de personeelskosten. Voor 2027 bedraagt dit opslagpercentage 67%. 

Uit de gehelde verordening wordt een kostendekkendheid  van 97% geraamd. Met betrekking tot de genoemde hoofdstukken wordt het volgende toegelicht:

  • Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening.

Binnen het hoofdstuk Algemene dienstverlening is sprake van een geraamde kostendekking van 81%. Het belangrijkste aandeel binnen deze titel zijn de reisdocumenten, ID-kaarten en rijbewijzen. De tarieven voor deze documenten zijn wettelijk gemaximeerd. Daarnaast heeft de toepassing van de seniorenkorting van 50% bij rijbewijzen een drukkend effect op de totale kostendekking.

  • Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet.

Binnen het hoofdstuk Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet is voor het begrotingsjaar 2027  sprake van een geraamde kostendekking van 116%.  De belangrijkste opbrengsten binnen deze categorie zijn de leges uit aanvragen voor omgevingsvergunningen met betrekking tot omgevingsplanactiviteiten. Het aantal verleende vergunningen en de bijbehorende leges, die gebaseerd zijn op de bouwsom, fluctueert jaarlijks. Op dit moment is er sprake van economische onzekerheid, mede als gevolg van de stikstofregelgeving. Als gevolg van de aanpassingen die destijds, in 2026, in de legesverordening zijn doorgevoerd, wordt desondanks verwacht dat de legesopbrengsten op peil blijven en niet zullen afnemen.

  • Hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is.

Binnen hoofdstuk dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is, is de kostendekking 48%. Binnen deze hoofdstuk vallen de diverse APV-vergunningen en vergunningen op basis van de Alcoholwet.

In volgend overzicht zijn de baten en de lasten en de mate van kostendekkendheid van de leges 2027 opgenomen.

Bedragen in €
Onderwerp legesverordening
Directe kosten
Loon- kosten
Overhead
Totale kosten
Opbrengst
Kosten- dekkendheid
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
2.833
21.791
14.527
39.151
42.412
108%
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
182.653
133.209
88.806
404.668
337.186
83%
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen
25.858
87.125
58.083
171.066
123.382
72%
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen ihkv de basisregistratie persoonsgegevens
0
8.139
5.426
13.565
10.012
74%
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie
-
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken
3.385
3.743
2.496
9.624
4.604
48%
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief
0
808
539
1.347
758
56%
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten
12.236
42.159
28.106
82.501
63.568
77%
Paragraaf 1.10 Diversen
0
1.291
860
2.151
1.778
83%
Totaal hoofdstuk 1
226.965
298.265
198.843
724.073
583.700
81%
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Paragraaf 2.2 Voorfase
3.410
24.839
13.806
42.055
44.903
107%
Paragraaf 2.3 tm 2.13 Bouwactiviteiten en samenhangende activiteiten
48.082
411.196
240.754
700.032
812.806
116%
Totaal hoofdstuk 2
51.492
436.035
254.560
742.087
857.709
116%
Hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is
Paragraaf 3.1 Horeca
0
8.893
5.929
14.822
11.106
75%
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven
-
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
-
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
0
6.468
4.312
10.780
945
9%
Paragraaf 3.5 Standplaatsen
0
2.910
1.940
4.850
2.646
55%
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014
-
Totaal hoofdstuk 3
0
18.271
12.181
30.452
14.697
48%
Totalen verordening
278.457
752.571
465.584
1.496.612
1.456.106
97%

11. Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 11. Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente heeft de mogelijkheid om opgelegde aanslagen voor gemeentelijke belastingen kwijt te schelden indien een belastingplichtige niet in staat is een aanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. In de Gemeentewet en de Invorderingswet 1990 is het juridisch kader voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen opgenomen. De gemeente is wettelijk verplicht de door de Minister van Financiën vastgestelde regels in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toe te passen. In de Gemeentewet is geregeld op welke onderdelen de gemeente van de uitvoeringsregeling af mag wijken.  Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt verzorgd door de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), op basis van de regeling die de raad vaststelt.

Kwijtschelding kan alleen worden verleend voor (een deel van) de afvalstoffen- en rioolheffing. Het kwijtscheldingsbudget bedraagt voor 2027 € 150.000. Dit bedrag is opgebouwd uit € 85.000 kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en € 65.000 kwijtschelding voor rioolheffing.