Programma 1. Sociaal Domein

Totaaloverzicht programma 1

Terug naar navigatie - Totaaloverzicht programma 1

In onderstaande tabel betreffen de kolommen 1 tot en met 4 de cijfers zoals op 30 juni 2023 geregistreerd in het financiële pakket. Kolom 5 betreft een prognose welke niet uit het financiële pakket komt, maar gebaseerd is op verwachtingen. 

Totaaloverzicht per product
Product Bedrag Begroot op 30 juni 2023 Bedrag Werkelijk Bedrag rechten en verplichtingen Stand per 30 juni 2023 Prognose afwijking van de begroting
1.1 Sociale veerkracht € -1.979.322 € -1.934.785 € -17.463 € 27.074 € 27.000
1.2 Integrale Toegang Sociaal Domein € -731.992 € -762.533 € -85.753 € -116.294 € -84.000
1.3 Werk en inkomen € -3.658.998 € 997.609 € -4.282.291 € 374.315 € 183.000
1.4 Maatschappelijke ondersteuning € -7.614.203 € -3.475.575 € -3.493.286 € 645.343 € 670.000
1.5 Zorg voor Jeugd en Sociale Veiligheid € -6.176.890 € -2.661.218 € -3.466.758 € 48.914 € -80.000
1.6 Gezondheid en Sport € -1.027.726 € -448.928 € -594.042 € -15.244 € -40.645
1.7 Onderwijs € -2.051.447 € -974.817 € -1.110.471 € -33.841 € -30.000
Totaal € -23.240.578 € -9.260.247 € -13.050.064 € 930.267 € 645.355

1.1 Sociale Veerkracht

Terug naar navigatie - 1.1 Sociale Veerkracht

Voor product Sociale Veerkracht is de prognose dat deze een positief saldo laat zien van ongeveer € 27.000. 

Subsidies en exploitatie bijdragen cultuur en recreatie:

Dit budget is voor eenmalige subsidies en kan het hele jaar door gebruikt worden. Op dit budget resteert op dit moment nog € 2.000. 

Subsidies welzijnspartners:

Het overschot heeft te maken met de OVA-indexatie die is toegekend voor 2022, maar meerjarig is begroot. Als er na 1 oktober geen bestemming is voor deze gelden, dan kan de keuze worden gemaakt dit bedrag af te boeken naar de algemene middelen. Op dit budget resteert op dit moment nog circa € 17.000.

Daarnaast zijn er nog middelen beschikbaar voor aanvragen/bijdragen en actiekaartenprogramma voor een totaalbedrag van circa € 8.000.

1.2 Integrale toegang Sociaal Domein

Terug naar navigatie - 1.2 Integrale toegang Sociaal Domein

De eindejaarprognose voor het product Integrale Toegang Sociaal Domein is naar huidige verwachting een tekort van € 84.000.

Op het eerstelijnsloket WMO Begeleiding voorzien we een overschot van € 5.000 op onafhankelijke cliëntondersteuning. Op Centrum voor Jeugd en Gezin is nog een bedrag beschikbaar voor extra inzet van jeugdverpleegkundigen voor de jeugdgezondheidszorg voor een totaal van € 3.000.  Het grootboek 'eerstelijns Loket Jeugd' wordt voortaan verantwoord onder  product 1.5: Zorg voor Jeugd en Sociale Veiligheid. Met name de kosten voor Spring (inzet jeugdprofessionals) worden hier op geboekt. Het huidige tekort als gevolg van prijsindexaties zal op dat product worden opgevangen vanuit de extra Rijksmiddelen voor Jeugd en loopt voor dit product dus glad.  

Dit jaar zijn we begonnen met de uitrol van het project VraagWijzer Woensdrecht, n.a.v. een opdracht vanuit de Stuurgroep Sociaal Domein.  De opdracht is om eind 2023 een richtinggevende adviesnota op te leveren. De verwachting voor 2023 is dat er in totaal € 92.000 aan kosten wordt gemaakt op product 1.2, waarvoor op dit moment binnen het product geen dekking aanwezig is. Middels een begrotingswijziging zal de dekking hiervan komen vanuit een overheveling van de POK-middelen (nu product 1.3) naar product 1.2 Integrale Toegang Sociaal Domein. Deze POK-middelen zijn bestemd voor het verbeteren van dienstverlening.

1.3 Werk en inkomen

Terug naar navigatie - 1.3 Werk en inkomen

De verwachte eindprognose van het product Werk en Inkomen is een overschot van € 183.000. De volgende posten liggen hieraan ten grondslag:

Eind 2e kwartaal laten de POK-middelen, bestemd voor de verbetering van de dienstverlening naar aanleiding van de kinderopvangtoeslagaffaire, een overschot zien van € 144.500. Hiervan wordt € 92.000 middels een begrotingswijziging overgeheveld naar product 1.2 Integrale Toegang Sociaal Domein, zoals hierboven toegelicht en € 52.500 naar product 5.5 Financiën.

Het budget Intergemeentelijke Sociale Dienst laat een tekort zien. Dit is het resultaat van de eerste begrotingswijziging van de ISD Brabantse Wal die recent heeft plaatsgevonden. 

Voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 ontvangen we vanuit het Rijk middelen. De uitvoering is voor een gedeelte belegd bij de ISD Brabantse Wal. De eindprognose van dit budget is moeilijk in te schatten omdat we in afwachting zijn van de factuur van de ISD Brabantse Wal. Verwacht wordt dat het budget ruimschoots toereikend is.  Wel  komen er extra kosten voor maatschappelijke begeleiding van  inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. 

Het BUIG-budget laat nu een overschot zien, maar de verwachting is dat we inlopen op dit budget door een toename van het aantal statushouders in de bijstand. 

Het participatiebudget is momenteel passend, maar het risico bestaat dat er alsnog een overschrijding plaatsvindt door het meer inzetten dan de vooraf begrootte ontwikkeltrajecten.

Het minimabudget staat onder druk vanwege minimaregelingen door landelijke ontwikkelingen. Ook  zal er extra inzet nodig zijn op het gebied van vroegsignaleringen.

Voor zowel de kosten maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtigen als de kosten m.b.t. vroegsignalering worden de gemeenten gecompenseerd in de Meicirculaire 2023. Deze extra lasten in product 1.3 worden dus gecompenseerd door een hogere uitkering via het gemeentefonds in product 5.5. Voor de overige tekorten en overschotten binnen dit product is het voorstel om deze met derde kwartaalrapportage onderling te verrekenen. Op dit moment zijn er nog te veel onzekerheden.  

1.4 Maatschappelijke ondersteuning

Terug naar navigatie - 1.4 Maatschappelijke ondersteuning

De eindejaarsprognose voor het product Maatschappelijke Ondersteuning is naar huidige verwachting een overschot van € 670.000.  Dit ontstaat binnen de uitvoeringsbudgetten, te weten subproducten Wmo-Huishoudelijke ondersteuning (€ 277.000)  en Wmo-Begeleiding (€ 580.000), waarnaast op subproduct Wmo Hulpmiddelen, Vervoer en Woningaanpassingen juist een tekort wordt verwacht van € 187.000.

Voor de subproducten Wmo Huishoudelijke ondersteuning (HO) en Wmo Begeleiding (BG) geldt sinds 2019 een aanzienlijke stijging van inwoners met een maatwerkvoorziening op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Dit heeft enkele jaren geleid tot tekorten ten aanzien van onze begroting. In 2021 is daarom besloten meerjarig extra middelen beschikbaar te stellen in de begroting voor maatwerkvoorzieningen Wmo HO en Wmo BG. De benodigde middelen zijn daarbij tot stand gekomen door een nauwkeurige berekening van verwachte trendontwikkelingen (stijging cliëntaantallen), rekening houdend met stijgende tarieven. 

De verwachte eindejaarsprognose van een overschot van € 670.000 in 2023 is voornamelijk te verklaren door een afvlakking in stijging van het aantal Wmo-cliënten. Hieronder volgt per subproduct een nadere toelichting.

Wmo-Huishoudelijke ondersteuning

De wetswijziging van het abonnementstarief in de Wmo 2015, waardoor de eigen bijdrage sinds 2019 voor cliënten werd vastgesteld op € 19  per maand en dus niet langer inkomensafhankelijk was, zorgde voor een forse toename in HO-aanvragen en dus stijging van cliëntaantallen. We zien sinds 2022 een afvlakking in de stijging van cliëntaantallen.  Wel is er nog altijd sprake van wachtlijsten, als gevolg van personeelstekort in de thuiszorg. We zien dat de ondersteuning bij gemiddeld 10 tot 15 indicaties per maand niet direct opgestart wordt. Daarnaast is door de komst van het nieuwe product ‘HO Start’ sinds 2022, wat ook in 2023 leidt tot een verschuiving van de reeds bestaande ‘reguliere’ producten naar dit ‘lichtere’ (en goedkopere) product. Dit laatste verklaart ongeveer € 102.000 van het totaal verwachte overschot in 2023. 

Wmo Begeleiding

De afvlakking in stijging van cliëntaantallen is voor Wmo BG te verklaren door een betere doorstroom van Wmo naar Wlz (Wet langdurige zorg). Daarnaast is bij het opstellen van de begroting, rekening gehouden met de verwachting dat meer inwoners een beroep doen op Wmo BG, als gevolg van onder andere de nasleep van corona en de algemene trend waarbij sprake is van toename in complexiteit van (multi)problematiek. De stijging van cliëntaantallen is zichtbaar, echter in mindere mate dan verwacht. Net als bij Wmo HO, geldt voor Wmo BG dat met het invoeren van het nieuwe product (BG Waakvlam) sinds 2022 sprake is van verschuiving van bestaande ‘reguliere’ producten naar dit ‘lichtere’ (en dus goedkopere) product. Dit verklaart ongeveer € 8.000 van het totaal verwachte overschot in 2023.

Wmo Hulpmiddelen, Vervoer en Woningaanpassingen

Het verwachte tekort ontstaat grotendeels door woningaanpassingen (€107.000). Woningaanpassingen zijn prijzige voorzieningen. Hierdoor ontstaat al snel een overschrijding van het budget wat hiervoor in de begroting is opgenomen. Hier komt bij dat de prijzen van (bouw)materialen de laatste jaren fors zijn gestegen, wat tevens leidt tot extra kosten bij woningaanpassingen. Daarnaast zien we een stijging in het aantal trapliften, wat logisch is gezien het landelijk beleid dat inwoners (ouderen) zo lang mogelijk thuis blijven wonen met behulp van deze Wmo-voorzieningen. Op het onderdeel Wmo Hulpmiddelen wordt ook een tekort verwacht. Er zijn echter wel kanttekeningen bij dit bedrag aan tekort: er is rekening gehouden met extra PGB-aanvragen (veelal prijzige voorzieningen) gezien de stijging hiervan in 2022. Tot op heden blijft deze vraag echter uit. Als deze trend zich doorzet kan dit tot een overschot van € 20.000 leiden ten aanzien van de begroting. Daarnaast gelden per 1 juli jl. nieuwe tarieven als gevolg van een nieuwe overeenkomst. Dit heeft naar verwachting een positief effect op het huidige verwachte tekort. Middels de derde kwartaalrapportage volgt een nieuwe prognose op basis van de nieuwe tarieven en het naar beneden bijstellen van het aantal verwachte PGB-aanvragen. Daartegen is een afname van indicaties vervoer naar dagbesteding, inherent aan de afvlakking van de stijging van cliëntaantallen begeleiding groep. 

Voorstel

Hiermee komt de verwachte eindprognose van 1.4 Maatschappelijke Ondersteuning in 2023 uit op € 670.000.
Voorgesteld wordt om middels deze kwartaalrapportage een bedrag van € 110.000 over te hevelen naar product 1.5 Zorg voor jeugd en Sociale Veiligheid. Dit betreft dat deel van het overschot, wat ontstaat door de verschuiving van de reguliere naar de nieuwe producten HO Start (€ 102.000) en BG Waakvlam (€ 8.000).  In de derde kwartaalrapportage volgt een voorstel ten aanzien van (een deel van) het verwachte restantoverschot op product 1.4 Maatschappelijke Ondersteuning. 

1.5 Zorg voor Jeugd en Sociale Veiligheid

Terug naar navigatie - 1.5 Zorg voor Jeugd en Sociale Veiligheid

De eindejaarsprognose van het product Zorg voor Jeugd en Veiligheid is naar verwachting een tekort van € 80.000 na inzet van eerder al voor dit doel gereserveerde extra rijksmiddelen.

Op dit moment zien we een toename van het gebruik bij het Jeugdwetvervoer. Daarnaast is het aantal Hoogcomplex C, D en E ten opzichte van vorig jaar toegenomen. Dit zijn de duurste arrangementen en variëren tussen de € 62.520 tot € 135.600 per jeugdige. De tarieven 2023 zijn net na de zomervakantie 2022 vastgesteld. Na vaststelling zijn aanbieders geconfronteerd met hogere kosten vanwege inflatie en CAO stijgingen. Daarom worden de tarieven voor dit jaar met terugwerkende kracht opgehoogd, zodat gemeenten voldoen aan het bieden van reële tarieven. Deze ophoging is nog niet meegenomen in de begroting en leidt daardoor tot een negatieve prognose in deze kwartaalrapportage.

Binnen het product Zorg voor Jeugd en Veiligheid vallen voortaan ook de kosten met betrekking tot maatschappelijke- en vrouwenopvang . De eindejaarsprognose voor dit gedeelte van het product Zorg voor Jeugd en Veiligheid is naar verwachting nul. Tevens zal de inzet van jeugdprofessionals onder dit product vallen. Het tekort op dit budget als gevolg van prijsindexaties zal worden opgevangen vanuit de extra Rijksmiddelen voor Jeugd (hier was met besteding van de extra rijksmiddelen al rekening mee gehouden).

1.6 Gezondheid en Sport

Terug naar navigatie - 1.6 Gezondheid en Sport

Voor product 1.6 Gezondheid en Sport is de eindprognose  € 40.645 euro tekort.

Er is nog een na afrekening geweest van Sportakkoord 1.0 met een bedrag van  € 4.450. 

Er heeft een indexatie bijgedragen op de werkingskosten van de GGD. Deze is vastgesteld op € 27.175. 

Er is een verlenging samenwerkingsovereenkomst Uniek Sporten afgesloten wat voor 2023 leidt tot een bijdrage van € 3.020.

Voor de uitvoering van de Jeugdgezondheidzorg en het Rijksvaccinatieprogramma wordt eind 2023 een tekort verwacht van ca. € 6.000. Deze prognose kan echter nog veranderen door het aantal geboortes in de gemeente. Dit wordt daarom scherp gemonitord. 

1.7 Onderwijs

Terug naar navigatie - 1.7 Onderwijs

Voor product 1.7 Onderwijs is de eindprognose van eind 2023 een negatief saldo van circa € 30.000.

Er wordt aan het einde van 2023 een overschot verwacht van circa € 40.000 voor onderwijshuisvesting bijzonder voortgezet onderwijs. De voornaamste reden hiervoor is  dat de gelden (vooralsnog) niet worden ingezet door het Olivijncollege.  Het overschot zal overgeheveld worden naar leerlingenvervoer.

Er wordt aan het einde van 2023 een tekort verwacht van ca. € 70.000 voor leerlingenvervoer. De reden hiervoor is de hoge NEA-indexatie (index voor vervoerskosten bestaande uit onder andere de indexering op loon- en brandstofkosten), waardoor het budget voor 2023 bij gelijkblijvend beroep op leerlingenvervoer niet voldoende is.