Paragraaf 2 Lokale heffingen
Algemeen
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - AlgemeenDeze paragraaf gaat nader in op de lokale heffingen die gedurende het rapportagejaar zijn ontvangen.
De lokale heffingen zijn onder te verdelen in twee categorieën:
- belastingen zijn heffingen waar geen aanwijsbare tegenprestaties van de overheid tegenover staan; de lokale belastingen dragen bij aan de algemene middelen van de gemeente.
- rechten zijn heffingen voor het gebruik van bepaalde werken, diensten of inrichtingen van de overheid; tegenover de heffing staat een tegenprestatie van de overheid.
De belastingverordeningen voor 2025 zijn door de raad in de openbare raadsvergadering van november 2024 vastgesteld. Na de uitgangspunten van ons lokaal beleid, een tabel van de geraamde en gerealiseerde inkomsten in 2025 (A) en een overzicht van de tariefontwikkeling 2021-2025 (B) worden achtereenvolgens de volgende onderwerpen toegelicht:
- Onroerendezaakbelastingen (ozb)
- Afvalstoffenheffing
- Rioolheffing
- Lokale lastendruk
- Vergelijkend overzicht woonlasten
- Hondenbelasting
- Forensenbelasting
- Toeristenbelasting
- Marktgelden
- Lijkbezorgingsrechten
- Leges
- Kwijtscheldingsbeleid
Lokaal beleid
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - Lokaal beleidHet beleid ten aanzien van lokale heffingen is gebaseerd op de uitgangspunten van het coalitieakkoord 2022-2026 en het collegewerkprogramma 2022-2026 Stabiel en daadkrachtig voor Woensdrecht. We streven ernaar om de gemeentelijke heffingen en belastingen op hetzelfde niveau te houden en passen maximaal alleen een inflatiecorrectie toe.
De uitgangspunten met betrekking tot de financiën van de gemeente zijn:
- Om alle thema's te kunnen uitvoeren, heeft de gemeente behoefte aan voldoende financiële middelen. De financiële positie van de gemeente is gezond, het huishoudboekje is op orde. Van belang is dat dit zo blijft. De hoge inflatie plaatst ons voor grote uitdagingen. Dit leidt tot hogere uitgaven in de exploitatie, maar ook de ramingen voor investeringen worden daardoor ongewis. Dat laatste kan leiden tot het temporiseren van uitgaven. Mogelijk stelt ook een herverdeling van het gemeentefonds ons voor extra uitdagingen. We streven ernaar om de gemeentelijke heffingen en belastingen op hetzelfde niveau te houden en passen maximaal alleen een inflatiecorrectie toe.
- De inflatie raakt onze inwoners in hun portemonnee. De gemeente doet binnen haar wettelijke mogelijkheden wat ze kan.
- De hoeveelheid (rest)afvalstoffen moet verder naar beneden en uitgangspunt is het voldoen aan de VANG-doelstellingen (Van Afval Naar Grondstof). Samen met Saver N.V. zetten we in op innovatieve manieren van recycling en afvalscheiding. De milieustraat zal daar een spil in zijn. Het uitgangspunt blijft dat de gebruiker betaalt en de afvalstoffenheffing kostendekkend is.
A. Geraamde en gerealiseerde inkomsten
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - A. Geraamde en gerealiseerde inkomstenIn 2025 zijn de volgende inkomsten met betrekking tot de lokale heffingen geraamd en gerealiseerd:
Bedragen kolom 2 t/m 7 x € 1.000 |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Inkomsten lokale heffingen per belastingsoort |
|||||||||
Begroting 2025 |
|||||||||
Titel |
Jaarstukken 2024 |
Primitieve begroting 2025 |
Heffingsmaatregel |
Wijzigingen |
Totaal begroot 2025 |
Jaarstukken 2025 |
% Realisatie |
Aandeel in % van totaal 2025 |
Bedrag 2025 (per inwoner) |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 (3 t/m 5) |
7 |
8 |
9 |
10 |
Onroerende zaakbelastingen |
€ 5.839 |
€ 5.887 |
€ 174 |
€ 201 |
€ 6.262 |
€ 6.210 |
99% |
50% |
€ 280 |
Afvalstoffenheffing |
€ 2.974 |
€ 2.884 |
€ - |
€ 116 |
€ 3.000 |
€ 3.029 |
101% |
24% |
€ 136 |
Rioolheffing |
€ 2.259 |
€ 2.257 |
€ 99 |
€ - |
€ 2.356 |
€ 2.370 |
101% |
19% |
€ 107 |
Hondenbelasting |
€ 117 |
€ 122 |
€ - |
€ -4 |
€ 118 |
€ 120 |
102% |
1% |
€ 5 |
Forensenbelasting |
€ 50 |
€ 54 |
€ 2 |
€ -11 |
€ 45 |
€ 56 |
124% |
0% |
€ 3 |
Toeristenbelasting |
€ 730 |
€ 641 |
€ - |
€ - |
€ 641 |
€ 603 |
94% |
5% |
€ 27 |
Totaal: |
€ 11.969 |
€ 11.845 |
€ 275 |
€ 302 |
€ 12.422 |
€ 12.388 |
100% |
100% |
€ 558 |
(1) Inwonertal gemeente Woensdrecht per 1-1-2025, definitief cijfer vastgesteld door het CBS: 22.194. |
|||||||||
B. Tariefontwikkeling 2021-2025
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - B. Tariefontwikkeling 2021-2025De belastingverordeningen voor 2025 zijn door de raad in de openbare raadsvergadering van november 2024 vastgesteld. De vastgestelde tarieven voor 2021-2025 zijn opgenomen in het volgend overzicht.
Tarieven per belastingsoort |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
|||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Onroerende zaakbelastingen |
||||||||||
Woningen: eigenaren |
0,1134% |
0,1081% |
0,1058% |
0,1075% |
0,1040% |
|||||
Niet-woningen: eigenaren |
0,1844% |
0,1862% |
0,1821% |
0,1887% |
0,1887% |
|||||
Niet-woningen: gebruikers |
0,1546% |
0,1561% |
0,1527% |
0,1582% |
0,1582% |
|||||
Afvalstoffenheffing |
||||||||||
Vast deel |
175,00 |
178,50 |
197,25 |
212,25 |
212,25 |
|||||
Afvalcontainer (per lediging): |
||||||||||
- 240 liter restafvalcontainer |
||||||||||
1 - 13 ledigingen |
8,00 |
8,16 |
9,02 |
9,71 |
9,71 |
|||||
14 - 20 ledigingen |
10,00 |
10,20 |
11,27 |
12,13 |
12,13 |
|||||
21 - 26 ledigingen |
12,00 |
12,24 |
13,53 |
14,56 |
14,56 |
|||||
- 140 liter restafvalcontainer |
||||||||||
1 - 13 ledigingen |
4,70 |
4,79 |
5,29 |
5,69 |
5,69 |
|||||
14 - 20 ledigingen |
5,85 |
5,97 |
6,60 |
7,10 |
7,10 |
|||||
21 - 26 ledigingen |
7,00 |
7,14 |
7,89 |
8,49 |
8,49 |
|||||
- 240 liter gft-afvalcontainer |
- |
- |
- |
- |
||||||
- 140 liter gft-afvalcontainer |
- |
- |
- |
- |
||||||
- Ondergrondse restafvalcontainer (per inworp) |
1,00 |
1,02 |
1,13 |
1,22 |
1,22 |
|||||
Rioolheffing |
Art.nr. |
Systematiek |
Bedragen in € |
|||||||
Vastrecht |
1.1.1 |
woning met één persoon |
152,50 |
152,50 |
157,40 |
165,35 |
173,60 |
|||
woning met meerdere personen |
203,50 |
203,50 |
210,00 |
220,50 |
231,50 |
|||||
1.1.2 |
niet-woning |
203,50 |
203,50 |
210,00 |
220,50 |
231,50 |
||||
Gedifferentieerde tarieven niet-woningen |
2.1.1 |
vastrecht + variabel tarief voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 501 m3 tot en met 1.000 m3, per m3 |
0,92 |
0,92 |
0,95 |
1,00 |
1,05 |
|||
2.1.2 |
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag |
0,52 |
0,52 |
0,54 |
0,57 |
0,60 |
||||
2.1.3 |
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 10.001 tot en met 20.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 en 2.1.2 berekende bedrag |
0,24 |
0,24 |
0,25 |
0,26 |
0,27 |
||||
2.1.4 |
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 20.001 tot en met 30.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.3 berekende bedrag |
0,23 |
0,23 |
0,24 |
0,25 |
0,26 |
||||
2.1.5 |
voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 30.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag |
0,22 |
0,22 |
0,23 |
0,24 |
0,25 |
||||
Hondenbelasting |
||||||||||
1e hond |
37,50 |
37,50 |
37,50 |
37,50 |
37,50 |
|||||
2e en volgende hond |
65,00 |
65,00 |
65,00 |
65,00 |
65,00 |
|||||
Kennel |
155,00 |
155,00 |
155,00 |
155,00 |
155,00 |
|||||
Forensenbelasting |
||||||||||
Tarief |
0,3413% |
0,3251% |
0,3179% |
0,3231% |
0,3125% |
|||||
Toeristenbelasting |
Bedragen in € |
|||||||||
Per overnachting, per persoon |
1,50 |
1,50 |
1,50 |
1,50 |
1,50 |
|||||
Marktgelden |
Bedragen in € |
|||||||||
Weekmarkt Hoogerheide |
4,50 |
4,50 |
4,50 |
4,50 |
4,50 |
|||||
Weekmarkt Putte |
4,50 |
4,50 |
4,50 |
4,50 |
4,50 |
|||||
Jaarmarkt Putte |
105,00 |
105,00 |
105,00 |
105,00 |
105,00 |
|||||
1. Onroerende zaakbelastingen (ozb)
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 1. Onroerende zaakbelastingen (ozb)De onroerendezaakbelastingen (ozb) worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak: de WOZ-waarde. De peildatum van de WOZ-waarde is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. De WOZ-waarde per 1 januari 2024 is leidend voor de belastingaanslag van 2025.
De tarieven van 2025 zijn ten opzichte van 2024 verhoogd met het inflatiepercentage van 3,24 procent.
Het aantal ingediende WOZ-bezwaren is in 2025 licht gestegen ten opzichte van 2024. Deze stijging hangt samen met het ingezette beleid om burgers te stimuleren zelf bezwaar in te dienen, waardoor de proceskostenvergoedingen worden beperkt. Dit komt tot uitdrukking in een daling van het aandeel bezwaren ingediend door no-cure-no-pay-organisaties (NCNP).
2. Afvalstoffenheffing
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 2. AfvalstoffenheffingDe gemeente Woensdrecht heeft de wettelijke plicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen binnen haar grondgebied. De kosten voor inzameling en verwerking worden gedekt via de afvalstoffenheffing. Dit is een gesloten en kostendekkend systeem, waarbij de lasten volledig worden gedragen door de baten.
De gemeente hanteert het principe 'de gebruiker betaalt'. Via een systeem van variabele en progressieve tarieven (diftar). Hoe meer restafval iemand aanbiedt, hoe hoger de kosten. Hiermee wordt afvalscheiding gestimuleerd en wordt bijgedragen aan het beperken van de hoeveelheid restafval.
De gemeente Woensdrecht werkt aan het verhogen van het recycling percentage en het verminderen van de hoeveelheid restafval. Dit past binnen de transitie naar een circulaire economie, waarin grondstoffen zo lang mogelijk worden hergebruikt en restafval wordt beperkt. Deze ontwikkeling is niet allen van belang vanuit duurzaamheidsperspectief, maar ook financieel relevant, aangezien schaarser wordende grondstoffen en de stijgende verwerkingskosten invloed hebben op de lasten binnen de afvalstoffenheffing.
Landelijke doelen en de VANG-doelstellingen
Het rijksbrede programma Circulaire Economie richt zich op een volledig circulaire economie voor 2050. Onderdeel hiervan is het programma Van Afval Naar Grondstoffen (VANG). Waar eerder werd gestuurd op het terugdringen van restafval (100 kg per inwoner in 2020 en 30 kg per inwoner in 2025), zijn de doelen op basis van Europese richtlijnen herijkt. De huidige doelstelling is om in 2030 minimaal 60% van het huishoudelijk restafval te recyclen (bron: www.vang-hha.nl). Hoewel de focus verschuift naar hogere recyclingpercentages en circulair grondstoffenbeheer, blijft het verminderen van restafval een belangrijk uitgangspunt.
In lijn met de landelijke ontwikkelingen heeft de gemeente Woensdrecht in 2025 haar Duurzaamheidsvisie geactualiseerd en doelen bijgesteld:
• maximaal 93 kg restafval per inwoner in 2030;
• volledig circulair in 2050, zonder gebruik van primaire grondstoffen.
(bron: Duurzaamheidsvisie gemeente Woensdrecht 2025)
In 2025 bedraagt de hoeveelheid (huishoudelijk) restafval 130 kg (bron: Saver N.V.).
Uitvoeringen en maatregelen
Sinds 2020 zijn de volgende maatregelen van kracht:
• variabele en progressieve tarieven voor restafval;
• verhoging van het tarief voor de extra tikken op de milieustraat; en
• inzameling van restafval aan huis eenmaal in de twee weken.
Tarieven
Vanuit het principe “de gebruiker betaalt” is er met ingang van het jaar 2020 een progressief tariefstelsel ingevoerd. Vanaf 2025 geldt er een tarief voor een extra GFTE-container. Omdat de verwachte baten en lasten van de inzameling en verwerking van het afval in 2025 nagenoeg niet afwijken van 2024 zijn de tarieven voor 2025 niet verhoogd. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn opgenomen in het overzicht van de tariefontwikkeling 2021-2025 (B) in deze paragraaf. Het percentage kostendekkendheid voor 2025 bedraagt 111,2% (2024: 107,6%).
Voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking'
Woensdrecht heeft een voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking' tot haar beschikking voor het afdekken van risico's en financiële resultaten van afval. Het saldo van de voorziening was eind jaar 2019 gedaald naar nul. Het positief financieel resultaat op 'afval' van de jaren 2020 tot en met 2025 is aan de voorziening toegevoegd. Het saldo van de voorziening per 31-12-2025 bedraagt (afgerond) € 879.000.
Met ingang van de Programmabegroting 2017 is een overzicht van de kostendekkendheid, ingericht naar taakvelden, opgenomen. Hierna volgt het overzicht voor het jaar 2025.
Kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Taakveld/omschrijving |
Specificatie |
Begroting 2025 |
% |
Realisatie 2025 |
% |
Lasten |
|||||
7.3 Afval |
1. Afvalinzameling |
€ -1.183.500 |
€ -1.175.202 |
||
2. Afvalverwerking |
€ -556.575 |
€ -535.801 |
|||
3. Milieustraat |
€ -875.000 |
€ -846.531 |
|||
4. Overig |
€ -201.205 |
€ -193.590 |
|||
2.1 Verkeer en vervoer |
5. Straatreiniging |
€ -31.112 |
€ -41.731 |
||
6.3 Inkomensregelingen |
6. Kwijtschelding afvalstoffenheffing |
€ -85.000 |
€ -86.606 |
||
Baten (exclusief opbrengsten afvalstoffenheffing) |
|||||
7.3 Afval |
2. Afvalverwerking |
€ 350.000 |
€ 430.970 |
||
3. Milieustraat |
€ 9.595 |
€ 9.345 |
|||
7. Dividenduitkering Saver NV |
€ 96.577 |
€ 96.577 |
|||
BTW |
€ -357.691 |
€ -349.832 |
|||
Overhead |
€ -30.673 |
||||
Totaal (lasten minus baten) |
€ -2.833.911 |
€ -2.723.074 |
|||
Opbrengsten afvalstoffenheffing (opgenomen in taakveld 7.3 Afval) |
€ 3.000.000 |
€ 3.028.963 |
|||
Saldo en kostendekkendheid |
€ 166.089 |
106% |
€ 305.889 |
111% |
|
Toevoeging aan de voorziening 'afvalinzameling & - verwerking' |
€ -158.077 |
€ -305.889 |
|||
Saldo afvalinzameling & -verwerking na toevoeging aan de voorziening |
€ 8.012 |
€ - |
|||
Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid ‘afvalinzameling en -verwerking’
Het taakveld ´7.3 Afval´ is het centrale taakveld. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.3 Afval’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 42.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 25% van de gerealiseerde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van (afgerond) € 87.000 voor het deel van de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing in de heffing betrokken.
Financieel resultaat afvalinzameling en -verwerking
Het voordelig resultaat op 'afval' bedraagt in 2025 (afgerond) € 306.000. Het voordelig resultaat is toegevoegd aan de voorziening 'egalisatie afvalinzameling en verwerking'. De kostendekkendheid bedraagt 111,2% (2024: 107,6%). In de (gewijzigde) begroting is rekening gehouden met een voordelig resultaat van (afgerond) € 166.000 en een toevoeging aan de voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking' van € 158.000.
Ondanks dat er bij de milieustraat 232 ton meer afval is aangeboden dan verwacht, is voornamelijk als gevolg van lagere verwerkingskosten een financieel voordeel gerealiseerd van (afgerond) € 28.000. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing zijn (afgerond) € 29.000 hoger als gevolg van een hogere opbrengst van het vast deel van de afvalstoffenheffing en meer aanbiedingen van restafvalcontainers. Aan GFTE-afval, oud papier en karton en glas is 256 ton, respectievelijk 84 ton en 66 ton minder aangeboden. Aan restafval is 83 ton meer ingezameld.
3. Rioolheffing
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 3. RioolheffingOnder de naam ‘rioolheffing’ wordt geheven: een belasting ter bestrijding van de kosten die voor de gemeenten verbonden zijn aan:
- de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
- de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde en afvloeiende hemelwater, evenals het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Het college van burgemeester en wethouders kan ter invulling van de taak, op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer, een gemeentelijk rioleringsprogramma vaststellen (art. 3.14 Omgevingswet). In het Gemeentelijk Waterprogramma (GWP) wordt aangegeven op welke manier de gemeente de gemeentelijke watertaken wil verbeteren, uitbreiden, onderhouden en beheren en welke middelen noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te bereiken. Het huidige GWP is vastgesteld door de gemeenteraad in november 2023 en heeft een looptijd van 4 jaar (2024-2027).
Met ingang van het belastingjaar 2010 wordt een rioolheffing geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. De rioolheffing kent twee grondslagen:
- een vast tarief per perceel;
- een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
De tarieven voor 2025 zijn opgenomen in het overzicht van de tariefontwikkeling 2021-2025 (B) in deze paragraaf. De tarieven voor 2025 zijn ten opzichte van de tarieven 2024 gemiddeld met 5% verhoogd. De stijging van de tarieven is gebaseerd op het GWP 2024-2027. Voor het variabele tarief worden er staffels (grootteklassen) onderscheiden.
Met ingang van de programmabegroting 2017 is een overzicht van de kostendekkendheid, ingericht naar taakvelden, opgenomen. Onderstaand het overzicht voor het jaar 2025.
Kostendekkendheid riolering |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Taakveld/omschrijving |
Specificatie |
Begroting 2025 |
% |
Realisatie 2025 |
% |
Lasten |
|||||
7.2 Riolering |
1. Exploitatie en beheer riolering |
€ -877.973 |
€ -972.068 |
||
2. Heffing en invordering rioolheffing |
€ -42.363 |
€ -41.267 |
|||
3. Sparen (dotatie voorzien. Vervang.invest.) |
€ -990.132 |
€ -990.132 |
|||
2.1 Verkeer en vervoer |
4. Aandeel kosten straatreiniging |
€ -93.338 |
€ -125.194 |
||
5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie |
5. kosten onderhoud watergangen |
€ -97.500 |
€ -100.069 |
||
6.3 Inkomensregelingen |
6. Kwijtschelding rioolheffing |
€ -70.000 |
€ -63.619 |
||
Overhead |
€ -269.915 |
||||
BTW |
€ -148.599 |
€ -171.301 |
|||
Baten (exclusief opbrengsten rioolheffing) |
|||||
7.2 Riolering |
N.v.t. |
- |
- |
||
Totaal (lasten minus baten) |
€ -2.319.905 |
100,0% |
€ -2.733.566 |
100,0% |
|
Opbrengsten rioolheffing (opgenomen in taakveld 7.2 Riolering) |
€ 2.356.000 |
€ 2.369.961 |
|||
Saldo en kostendekkendheid |
€ 36.095 |
101,6% |
€ -363.605 |
86,7% |
|
Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid ‘riolering’
In de tabel zijn de lasten en baten opgenomen, die voor het bepalen van de tarieven van de rioolheffing van toepassing zijn. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.2 Riolering’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 125.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 75% van de gerealiseerde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Het vegen van de goten beperkt het instromen van vuil in de straatkolken en voorkomt vervuiling van het rioolstelsel.
Van het taakveld '5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie' wordt een bedrag van (afgerond) € 100.000 in de heffing betrokken. Dit betreft de gerealiseerde lasten van het onderhoud van de gemeentelijke watergangen (sloten) inclusief het afvoeren van het slootvuil. Het toerekenen van het onderhoud watergangen aan rioolbeheer is reëel vanuit de relatie met de zorgplicht hemelwater. Het functioneren van het hemelwaterriool is gekoppeld aan het functioneren van de watergangen die dienen voor de afvoer van regenwater.
Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van (afgerond) € 64.000 voor het deel van de kwijtschelding van de rioolheffing in de heffing betrokken. In de lasten van het taakveld '7.2 Riolering´ is een toevoeging aan de voorziening ´vervangingsinvestering riolering´ opgenomen van (afgerond) € 990.000. De toevoeging aan de voorziening is gebaseerd op het GWP Woensdrecht 2024-2027.
In afstemming met de accountant is met ingang van boekjaar 2023 de voorziening 'rioolbeheer' gewijzigd naar een voorziening ‘vervangingsinvesteringen riolering’ (conform artikel 44, lid 1d van het BBV). Tevens is een nieuwe voorziening 'riolering' gevormd (conform artikel 44, lid 2 van het BBV). Het gerealiseerde financiële resultaat op ‘riolering’ wordt - op basis van de BBV-regelgeving - op een andere (extracomptabele) wijze berekend dan gebruikelijk. Het kostendekkingspercentage van riolering is 87%.
4. Lokale lastendruk
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 4. Lokale lastendrukIn onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de lastenontwikkeling van een gezin (meerpersoonshuishouden). De woonlasten bestaan uit drie onderdelen: onroerende zaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de onroerende zaakbelasting is uitgegaan van een gezin met in eigendom een woning met een getaxeerde waarde voor het jaar 2025 van € 406.000. De waarde van € 406.000 is gebaseerd op de definitieve gemiddelde woningwaarde van 2025 van de gemeente Woensdrecht (bron: CBS Statline 04-2026). Voor de afvalstoffenheffing is voor het jaar 2025 uitgegaan van gemiddeld 13 ledigingen van een 240 liter restafvalcontainer.
Lokale lastendruk |
2021 (t) |
2022 |
2023 |
2024 |
2025* |
% Stijging t.o.v. (t) |
Lastenontwikkeling gezin |
832,91 |
839,41 |
912,80 |
968,56 |
992,22 |
19,13% |
* Berekend als volgt: OZB € 406.000 x 0,1040% + riool € 231,50 + afval vast € 212,25 + afval variabel 13 x € 9,71 |
||||||
De in de tabel gehanteerde WOZ-waarden zijn gebaseerd op de door het CBS gepubliceerde cijfers 'gemiddelde WOZ-waarde van woningen'. |
||||||
5. Vergelijkend overzicht woonlasten
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 5. Vergelijkend overzicht woonlastenOm inzicht te hebben in de hoogte van de woonlasten in Woensdrecht zijn in onderstaande tabel de woonlasten van een aantal (buur)gemeenten opgenomen.
Ter informatie zijn ook de “laagste” en de “hoogste” waarden opgenomen. De cijfers zijn ontleend aan “de Atlas van de lokale lasten 2025” van het COELO. Het begrip ´bruto gemeentelijke woonlasten´ is samengesteld uit de ozb voor een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.
Bedragen in € |
|||
|---|---|---|---|
Vergelijkend overzicht woonlasten |
|||
Gemeente |
Bruto woonlasten eph 2025 |
Bruto woonlasten mph 2025 |
Landelijk rangtelnummer |
Ameland |
596 |
680 |
1 |
Etten-Leur |
779 |
804 |
7 |
Tholen |
754 |
848 |
17 |
Rucphen |
838 |
918 |
53 |
Woensdrecht |
856 |
960 |
85 |
Reimerswaal |
787 |
962 |
90 |
Gemiddelde Noord-Brabant |
889 |
973 |
|
Halderberge |
864 |
997 |
129 |
Steenbergen |
868 |
999 |
131 |
Roosendaal |
978 |
1.014 |
156 |
Moerdijk |
840 |
1.016 |
157 |
Gemiddelde Nederland |
964 |
1.053 |
|
Bergen op Zoom |
1.006 |
1.057 |
197 |
Zundert |
1.088 |
1.246 |
312 |
Bloemendaal |
1.860 |
2.117 |
346 |
eph = éénpersoonshuishouden |
|||
mph = méérpersoonshuishouden met eigen woning |
|||
Hieruit blijkt dat Woensdrecht ten opzichte van 2024 in de stand van het landelijk rangnummer is gedaald. Stond Woensdrecht in 2024 op nummer 103 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 933), nu staat Woensdrecht op nummer 85 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 960). Woensdrecht bevindt zich daarmee onder het gemiddelde van de Provincie Noord-Brabant en Nederland.
6. Hondenbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 6. HondenbelastingIn 2017 zijn de tarieven van de hondenbelasting met 10 procent verlaagd. In 2018 tot en met 2020 zijn de tarieven en opbrengsten van de hondenbelasting in drie stappen verlaagd en teruggebracht tot een kostendekkend niveau in 2020; dit uitgaande van het huidige voorzieningenniveau. De tarieven van 2025 zijn ten opzichte van 2020 niet veranderd. Echter, door de gestegen kosten is het tarief niet kostendekkend.
Op 26 juni 2025 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om de hondenbelasting per 1 januari 2026 af te schaffen.
7. Forensenbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 7. ForensenbelastingDe forensenbelasting wordt opgelegd aan natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben en die meer dan 90 dagen een tweede (gemeubileerde) woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. Bij de tariefbepaling wordt rekening gehouden met een correctie voor de waardemutatie van de onroerende zaken. Het tarief van 2025 is verhoogd met een inflatiepercentage van 3,24 procent.
8. Toeristenbelasting
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 8. ToeristenbelastingToeristenbelasting is een directe belasting die geheven wordt voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding - in welke vorm dan ook - door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisadministratie personen van de gemeente zijn opgenomen. De belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen.
De gerealiseerde opbrengst toeristenbelasting (€ 603.051) blijft achter op de geraamde opbrengst (€ 641.000). Dit verschil wordt met name veroorzaakt door het feit dat de definitieve aanslagen nog niet zijn opgelegd.
De Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) verstrekt geen prognose voor de opbrengst toeristenbelasting 2025, aangezien deze niet betrouwbaar te ramen is. De aangiften voor de toeristenbelasting 2025 zijn verzonden; de definitieve oplegging van de aanslagen toeristenbelasting 2025 vindt plaats in juli 2026.
Hierdoor bestaat er op het moment van opstellen van de jaarrekening nog onzekerheid over de uiteindelijke opbrengst, wat het verschil tussen de geraamde en de tot op heden gerealiseerde baten verklaart.
Op 28 mei 2025 heeft de gemeenteraad de Verordening verblijfsbelasting gemeente Woensdrecht 2026 vastgesteld. De ingangsdatum van de heffing is bepaald op 1 januari 2026. De Verordening toeristenbelasting gemeente Woensdrecht 2025 is op die datum ingetrokken.
Opbrengsten toeristenbelasting |
Realisatie 2025 |
|||
|---|---|---|---|---|
Opgelegde toeristenbelasting 2025 |
€ 500.424 |
|||
Nog op te leggen toeristenbelasting 2025 |
€ - |
|||
€ 500.424 |
||||
Opbrengsten toeristenbelasting voorgaande jaren |
€ 102.627 |
|||
Totale opbrengst toeristenbelasting 2025 |
€ 603.051 |
Tarief
Het tarief van 2025 bedraagt € 1,50 per persoon per nacht en is ten opzichte van 2024 niet veranderd.
9. Marktgelden
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 9. MarktgeldenDe tarieven voor de marktgelden zijn voor het laatst verhoogd in 2004. Gezien de al langere tijd ongunstige economische omstandigheden voor markten is sindsdien afgezien van een tariefsverhoging. De tarieven voor 2025 zijn ten opzichte van 2024 ongewijzigd gebleven.
In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van de markten in 2025 opgenomen, evenals de mate van kostendekkendheid. De lasten zijn weergegeven inclusief compensabele btw.
Kostendekkendheid marktgelden |
Begroting 2025 |
Realisatie 2025 |
||
|---|---|---|---|---|
Weekmarkt Putte |
€ 3.032 |
€ 1.645 |
||
Jaarmarkt Putte |
€ 16.869 |
€ 16.065 |
||
Weekmarkt Hoogerheide |
€ 2.099 |
€ 2.267 |
||
Totaal baten |
€ 22.000 |
€ 19.977 |
||
Totaal lasten |
€ -58.069 |
€ -56.376 |
||
Kostendekkingspercentage |
37,9% |
35,3% |
In de programmabegroting is uitgegaan van een kostendekkingspercentage van 37,9 procent. Het gerealiseerde kostendekkingspercentage bedraagt 35,3 procent. De lagere realisatie is het gevolg van een combinatie van hogere lasten en lagere baten dan oorspronkelijk geraamd.
10. Lijkbezorgingsrechten
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 10. LijkbezorgingsrechtenDe tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn in 2025 verhoogd met het inflatiepercentage van 3,24 procent. In onderstaande tabel zijn de baten en lasten en de mate van kostendekkendheid van de lijkbezorging van 2025 opgenomen. De lasten zijn weergegeven inclusief compensabele btw.
Kostendekkendheid lijkbezorging |
Begroting 2025 |
Realisatie 2025 |
|---|---|---|
Baten (diverse tarieven) |
€ 88.838 |
€ 56.130 |
Lasten: begraafplaatsen / lijkbezorging |
€ -109.302 |
€ -128.647 |
Kostendekkingspercentage |
81,3% |
43,6% |
Het kostendekkingspercentage bedraagt 43,6 procent. Dit tegenover het kostendekkingspercentage van 81,3 procent dat in de programmabegroting van 2025 was opgenomen. Het lagere kostendekkingspercentage wordt enerzijds verklaard door lagere baten. Anderzijds is bij een nadere inventarisatie gebleken dat in 2025 meer graven geruimd moesten worden dan oorspronkelijk was voorzien. Hierdoor zijn de kosten hoger dan geraamd. Beide ontwikkelingen werden in de loop van het jaar zichtbaar en hierop is de programmabegroting tussentijds aangepast.
11. Leges
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 11. LegesNaast belastingen heft de gemeente rechten (leges) voor individuele dienstverlening aan haar inwoners. De tarieven van de rechten dienen zodanig vastgesteld te worden dat de opbrengsten de kosten van het verlenen van de dienst niet overschrijden. De opbrengst van deze zogeheten gebonden heffingen dient alleen ter compensatie van de kosten die de gemeente voor de betreffende dienstverlening maakt. Ook dient er rekening gehouden te worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven, zoals bijvoorbeeld voor reisdocumenten en rijbewijzen. Het voorziene kostendekkingspercentage bij de leges is wettelijk gelimiteerd op 100%.
De legesverordening is naar aard van de dienstverlening ingedeeld in drie hoofdstukken:
- Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening;
- Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet;
- Hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is.
Het komt voor dat bepaalde onderdelen van de legesverordening een hogere opbrengst realiseren dan de daaraan toegerekende kosten, terwijl bij een ander onderdeel geen 100%-kostenverhaal mogelijk blijkt te zijn. Binnen hoofdstuk 1 en 2 is kruissubsidiëring toegestaan, zodat een eventueel dekkingstekort van de ene paragraaf gecompenseerd kan worden door een hoger dekkingspercentage van een andere paragraaf in deze hoofdstukken. Bij hoofdstuk 3 is alleen binnen het hoofdstuk kruissubsidiëring per paragraaf toegestaan. Het streven is een volledige kostendekking te realiseren en voor zover nodig daartoe kruissubsidiëring toe te passen.
Hierna is een overzicht opgenomen van de gerealiseerde baten en lasten voor 2025 met bijbehorende percentages van de kostendekking per paragraaf. De verhaalbare kosten bestaan uit arbeidskosten, overhead (opslag 66%) en directe kosten. Niet vermelde paragrafen zijn 'gereserveerde' paragrafen.
Uit de gehelde verordening is een kostendekkendheid gerealiseerd van 106%, terwijl bij de begroting werd uitgegaan van 93%. Dit betekent dat de gerealiseerde opbrengsten de geraamde kosten hebben overschreden. De afwijking wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere legesopbrengsten uit één omvangrijk project.
Met betrekking tot de genoemde hoofdstukken wordt het volgende toegelicht:
- Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Er is sprake van zowel hogere baten als hogere lasten ten opzichte van de begroting. Het aantal afgegeven reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten ligt hoger dan geraamd, wat heeft geleid tot zowel hogere opbrengsten als hogere kosten. Daarentegen is het aantal verstrekte rijbewijzen lager uitgevallen dan geraamd, wat resulteert in zowel lagere opbrengsten als lagere kosten. De kosten voor rijbewijzen vallen daarnaast lager uit doordat de gemeente van het Rijk een tegemoetkoming heeft ontvangen voor de verwerking van digitale aanvragen. Met deze tegemoetkoming was in de begroting geen rekening gehouden.
- Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Er is sprake van zowel lagere baten als lasten ten opzichte van de begroting. Als gevolg van de strenge stikstofregels zijn minder vergunningen voor bouwactiviteiten afgegeven. De totale kostendekkendheid binnen dit hoofdstuk bedraagt 162% en ligt daarmee hoger dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt door één groot project. Aan grote projecten zijn over het algemeen relatief lage (uitvoerings)kosten verbonden. Indien de legesopbrengsten van dit project buiten beschouwing worden gelaten, bedraagt de kostendekkendheid voor dit hoofdstuk 108% .
- Hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is
Hier is sprake van zowel lagere baten als lasten ten opzichte van de begroting. Er zijn minder ontheffingen horecavergunningen aangevraagd.
In volgend overzicht zijn de baten en de lasten en de mate van kostendekkendheid van de leges 2025 opgenomen.
Noot: alleen de opbrengsten waar legesverordening 2025 van toepassing was, zijn hier meegenomen. Leges zijn verschuldigd op het moment dat een aanvraag in behandeling wordt genomen. Het kan dus zo zijn dat een aanvraag in het jaar 2024 in behandeling is genomen en in het jaar 2025 bij afhandeling wordt gefactureerd. De legesverordening 2024 is hier van toepassing en de opbrengsten zijn dan ook niet in onderstaande tabel opgenomen.
Baten en lasten van leges |
|||||||||
Onderwerp legesverordening |
Primitieve begroting 2025 |
Realisatie 2025 |
|||||||
Baten |
Lasten |
Dekkings % |
Baten |
Lasten |
Dekkings % |
||||
Hoofstuk 1 Algemene dienstverlening |
|||||||||
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand |
€ 32.154 |
€ 32.780 |
98% |
€ 41.038 |
€ 37.588 |
109% |
|||
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart |
€ 244.804 |
€ 302.856 |
81% |
€ 304.090 |
€ 357.793 |
85% |
|||
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen |
€ 105.968 |
€ 156.785 |
68% |
€ 79.226 |
€ 99.652 |
80% |
|||
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen ihkv de basisregistratie persoonsgegevens |
€ 8.402 |
€ 12.224 |
69% |
€ 12.571 |
€ 16.928 |
74% |
|||
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie |
€ 55 |
€ 55 |
100% |
€ - |
€ - |
- |
|||
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken |
€ 5.390 |
€ 11.018 |
49% |
€ 6.091 |
€ 12.174 |
50% |
|||
Paragraaf 1.8 Gemeente archief |
€ 475 |
€ 903 |
53% |
€ 1.496 |
€ 2.655 |
56% |
|||
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten |
€ 50.713 |
€ 75.215 |
67% |
€ 61.130 |
€ 74.164 |
82% |
|||
Paragraaf 1.10 Diversen |
€ 1.686 |
€ 2.162 |
78% |
€ 132 |
€ 421 |
31% |
|||
Totaal hoofstuk 1 |
€ 449.647 |
€ 593.998 |
76% |
€ 505.774 |
€ 601.375 |
84% |
|||
Hoofstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet |
|||||||||
Paragraaf 2.2 Voorfase |
€ 42.313 |
€ 42.679 |
99% |
€ 25.847 |
€ 33.751 |
77% |
|||
Paragraaf 2.3 tm 2.13 Bouwactiviteiten en samenhangende activiteiten |
€ 765.925 |
€ 698.801 |
110% |
€ 406.807 |
€ 233.240 |
174% |
|||
Totaal hoofdstuk 2 |
€ 808.238 |
€ 741.480 |
109% |
€ 432.654 |
€ 266.991 |
162% |
|||
Hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is |
|||||||||
Paragraaf 3.1 Horeca |
€ 11.778 |
€ 17.071 |
69% |
€ 4.582 |
€ 6.322 |
72% |
|||
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven |
€ - |
€ - |
- |
€ - |
€ - |
- |
|||
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet |
€ - |
€ - |
- |
€ - |
€ - |
||||
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt |
€ 1.068 |
€ 13.007 |
8% |
€ 890 |
€ 10.115 |
9% |
|||
Paragraaf 3.5 Standplaatsen |
€ 2.262 |
€ 3.252 |
70% |
€ 2.978 |
€ 4.552 |
65% |
|||
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 |
€ - |
€ - |
- |
€ - |
€ - |
||||
Totaal hoofdstuk 3 |
€ 15.108 |
€ 33.330 |
45% |
€ 8.450 |
€ 20.989 |
40% |
|||
Totale verordening |
€ 1.272.993 |
€ 1.368.808 |
93% |
€ 946.878 |
€ 889.355 |
106% |
|||
12. Kwijtscheldingsbeleid
Terug naar navigatie - Paragraaf 2 Lokale heffingen - 12. KwijtscheldingsbeleidDe gemeente heeft de mogelijkheid om opgelegde aanslagen kwijt te schelden indien een belastingplichtige niet in staat is een aanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. In de Gemeentewet en de Invorderingswet 1990 is het juridisch kader voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen opgenomen. De gemeente is wettelijk verplicht de door de minister van Financiën vastgestelde regels in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toe te passen. In de Gemeentewet is geregeld op welke onderdelen de gemeente van de uitvoeringsregeling af mag wijken. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt verzorgd door de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), op basis van de regeling die de raad vaststelt.
Kwijtschelding kan worden verleend voor (een deel) van de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de overige belastingsoorten is in Woensdrecht geen kwijtschelding mogelijk. In 2025 is voor een bedrag van € 150.000 kwijtgescholden. Dit bedrag is opgebouwd uit € 86.500 kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en € 63.500 voor rioolheffing.