Paragraaf 2 Lokale heffingen

Algemeen

Terug naar navigatie - Algemeen

Lokale heffingen zijn te onderscheiden in belastingen enerzijds en leges, rechten en overige tarieven anderzijds. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang voor de raad omdat ze, naast de inkomsten van de algemene uitkering, veelal de enige mogelijkheid vormen om aanvullende wensen te kunnen financieren. Tegelijkertijd wordt steeds kritischer gekeken naar de totale gemeentelijke belastingdruk. Daarbij is niet alleen inzicht in absolute zin belangrijk, aangezien Woensdrecht niet op zichzelf staat: inzicht in de hoogte van de heffingen van vergelijkbare gemeenten is eveneens verhelderend. Een gemeente is beperkt in de belastingsoorten die ze mag heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de Gemeentewet.

In deze paragraaf treft u een toelichting op de belangrijkste tariefaanpassingen voor het begrotingsjaar 2024. De belastingverordeningen voor 2024 worden in de openbare raadsvergadering van december 2023 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De in deze paragraaf opgenomen tarieven voor 2024 zijn onder voorbehoud van besluitvorming door de raad. Na de uitgangspunten van ons lokale beleid, een tabel van de geraamde inkomsten in 2024 (A) en een overzicht van de tariefontwikkeling 2020-2024 (B) worden achtereenvolgens de volgende onderwerpen toegelicht:

1. Onroerende-zaakbelastingen (ozb)
2. Afvalstoffenheffing
3. Rioolheffing
4. Lokale lastendruk
5. Vergelijkend overzicht woonlasten
6. Hondenbelasting
7. Forensenbelasting
8. Toeristenbelasting 
9. Marktgelden
10. Lijkbezorgingsrechten
11. Leges
12. Kwijtscheldingsbeleid

Lokaal beleid

Terug naar navigatie - Lokaal beleid

Het beleid ten aanzien van lokale heffingen is gebaseerd op de uitgangspunten van het coalitieakkoord 2022-2026 en het collegewerkprogramma 2022-2026 'Stabiel en daadkrachtig voor Woensdrecht'.  We streven ernaar om de gemeentelijke heffingen en belastingen op hetzelfde niveau te houden en passen maximaal alleen een inflatiecorrectie toe.

De uitgangspunten met betrekking tot de financiën van de gemeente zijn:

  • Om alle thema's te kunnen uitvoeren, heeft de gemeente behoefte aan voldoende financiële middelen. De financiële positie van de gemeente is gezond, het huishoudboekje is op orde. Van belang is dat dit zo blijft. De hoge inflatie plaatst ons voor grote uitdagingen. Dit leidt tot hogere uitgaven in de exploitatie, maar ook de ramingen voor investeringen worden daardoor ongewis. Dat laatste kan leiden tot het temporiseren van uitgaven. Mogelijk stelt ook een herverdeling van het gemeentefonds ons voor extra uitdagingen. We streven ernaar om de gemeentelijke heffingen en belastingen op hetzelfde niveau te houden en passen maximaal alleen een inflatiecorrectie toe;
  • de inflatie raakt onze inwoners diep in hun portemonnee. De gemeente doet binnen haar wettelijke mogelijkheden wat ze kan;
  • met het coalitieakkoord 2021-2025 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' van het kabinet lijkt in de komende jaren weliswaar een ruime hoeveelheid extra middelen beschikbaar te komen, maar over de financiële positie van gemeenten na 2026 blijven zorgen bestaan. Aandachtspunt blijft onze solvabiliteit (eigen vermogen ten opzichte van totaal vermogen);
  • de hoeveelheid (rest)afvalstoffen moet verder naar beneden en uitgangspunt is het voldoen aan de VANG-doelstellingen (Van Afval Naar Grondstof). Samen met Saver NV zetten we in op innovatieve manieren van recycling en afvalscheiding. De milieustraat zal daar een spil in zijn. Het uitgangspunt blijft dat de gebruiker betaalt en de afvalstoffenheffing kostendekkend is.

Woensdrecht kent een gemiddeld belastingniveau. De COELO-Atlas 2023, die voor alle Nederlandse gemeenten een vergelijking maakt van de woonlasten, bevestigt dit beeld. De woonlasten worden gedefinieerd als het totaal van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Van de 352 binnengemeentelijke tariefgebieden in Nederland staat Woensdrecht op plaats 114; d.w.z. er zijn 113 tariefgebieden die lagere woonlasten hebben en 238  met hogere woonlasten. Woensdrecht bevindt zich daarmee boven het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant, echter onder het gemiddelde van  Nederland.

A. Geraamde inkomsten

Terug naar navigatie - A. Geraamde inkomsten

In 2024 worden de volgende inkomsten met betrekking tot de lokale heffingen geraamd:

Bedragen kolom 2 t/m 6 x € 1.000
Inkomsten lokale heffingen per belastingsoort
Titel Jaarstukken 2022 Begroting 2023 (incl. wijziging) Primitieve begroting 2024 Heffingsmaatregel 2024 Totaal 2024 (1) In % 2024 (2) Bedrag 2024 (per inwoner) (3)
1 2 3 4 5 6 7 8
Onroerende zaakbelastingen 5.118 5.442 5.498 330 5.828 49,79% € 263
Afvalstoffenheffing 2.500 2.783 2.672 209 2.881 24,61% € 130
Rioolheffing 2.028 2.134 2.134 38 2.172 18,56% € 98
Hondenbelasting 118 116 116 13 129 1,10% € 6
Forensenbelasting 49 51 51 3 54 0,46% € 2
Toeristenbelasting 559 641 641 - 641 5,48% € 29
Totaal: 10.372 11.167 11.112 593 11.705 100% € 527
(1) Opbrengst na verwerking van de heffingsmaatregel 2024.
(2) Opbrengst per belastingsoort als percentage van de totale belastingopbrengst 2024.
(3) Totaal 2024 gedeeld door aantal inwoners gemeente Woensdrecht (raming per 1-1-2024 = 22.200)

B. Tariefontwikkeling 2020-2024

Terug naar navigatie - B. Tariefontwikkeling 2020-2024
Tarieven per belastingsoort 2020 2021 2022 2023 2024
Onroerende zaakbelastingen
Woningen: eigenaren 0,1083% 0,1134% 0,1081% 0,1058% 0,1075%
Niet-woningen: eigenaren 0,1661% 0,1844% 0,1862% 0,1821% 0,1887%
Niet-woningen: gebruikers 0,1382% 0,1546% 0,1561% 0,1527% 0,1582%
Afvalstoffenheffing Bedragen in €
Vast deel 150,00 175,00 178,50 197,25 212,25
Afvalcontainer (per lediging):
- 240 liter restafvalcontainer
1 - 13 ledigingen 8,00 8,00 8,16 9,02 9,71
14 - 20 ledigingen 10,00 10,00 10,20 11,27 12,13
21 - 26 ledigingen 12,00 12,00 12,24 13,53 14,56
- 140 liter restafvalcontainer
1 - 13 ledigingen 4,70 4,70 4,79 5,29 5,69
14 - 20 ledigingen 5,85 5,85 5,97 6,60 7,10
21 - 26 ledigingen 7,00 7,00 7,14 7,89 8,49
- 240 liter gft-afvalcontainer - - - - -
- 140 liter gft-afvalcontainer - - - - -
- Ondergrondse restafvalcontainer (per inworp) 1,00 1,00 1,02 1,13 1,22
Rioolheffing Art.nr. Systematiek Bedragen in €
Vastrecht 1.1.1 woning met één persoon 147,00 152,50 152,50 157,40 157,40
woning met meerdere personen 196,00 203,50 203,50 210,00 210,00
1.1.2 niet-woning 196,00 203,50 203,50 210,00 210,00
Gedifferentieerde tarieven niet-woningen 2.1.1 vastrecht + variabel tarief voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 501 m3 tot en met 1.000 m3, per m3 0,89 0,92 0,92 0,95 0,95
2.1.2 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 2.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag 0,60
2.1.3 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 2.001 tot en met 5.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag 0,37
2.1.4 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 5.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 en 2.1.2 berekende bedrag 0,29
2.1.5 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 10.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag 0,21
2.1.2 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag 0,52 0,52 0,54 0,54
2.1.3 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 10.001 tot en met 20.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 en 2.1.2 berekende bedrag 0,24 0,24 0,25 0,25
2.1.4 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 20.001 tot en met 30.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.3 berekende bedrag 0,23 0,23 0,24 0,24
2.1.5 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 30.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag 0,22 0,22 0,23 0,23
Hondenbelasting
1e hond 37,50 37,50 37,50 37,50 37,50
2e en volgende hond 65,00 65,00 65,00 65,00 65,00
Kennel 155,00 155,00 155,00 155,00 155,00
Forensenbelasting
Tarief 3,36‰ 0,3413% 0,3251% 0,3179% 0,3231%
Toeristenbelasting Bedragen in €
Per overnachting, per persoon 1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
Marktgelden Bedragen in €
Weekmarkt Hoogerheide 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Weekmarkt Putte 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Jaarmarkt Putte 105,00 105,00 105,00 105,00 105,00

1. Onroerende-zaakbelastingen (ozb)

Terug naar navigatie - 1. Onroerende-zaakbelastingen (ozb)

De onroerende-zaakbelastingen worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak; de WOZ-waarde. De peildatum van de WOZ-waarde is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. De WOZ-waarde per 1 januari 2023 is leidend voor de belastingaanslag van 2024. De nieuwe WOZ-waarden voor 2023 zijn nog niet bekend. Volgens voorlopige cijfers van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) wordt de stijging van de WOZ-waarden voor 2024 (peildatum 1 januari 2023) ingeschat op 4% bij woningen. Bij de niet-woningen is sprake van een waardestijging van 2%. Een waardemutatie van de onroerende zaken wordt gecorrigeerd door middel van aanpassing van de OZB-tarieven. 

Bij de OZB-tarieven 2024 is een stijging van 5,7% opgenomen voor de inflatiecorrectie. Het inflatiepercentage is gebaseerd op de ontwikkeling van de consumentenprijsindex van de maand juni 2023 ten opzichte van juni 2022 (bron: CBS). Voor het meerjarenperspectief 2025-2027 van de begroting wordt bij de opbrengsten van de onroerende-zaakbelastingen rekening gehouden met een inflatiepercentage van +1%.

Het ‘normtarief’, ofwel redelijk peil van de onroerende-zaakbelasting, is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor 2024 vastgesteld op 0,1614% van de WOZ-waarde (2023: 0,1729%; bron: Meicirculaire gemeentefonds 2023).

2. Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - 2. Afvalstoffenheffing

Iedere gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen binnen haar grondgebied (art. 10.21 en 10.22 Wet milieubeheer). De gemeente kan, ter compensatie van de kosten die verbonden zijn aan de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, een heffing instellen, alleen voor inwoners, voor ieder perceel (woning) waar de mogelijkheid bestaat tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, ook al wordt er geen afval aangeboden.

Landelijk zoeken gemeenten naar manieren om meer ‘afval’ te recyclen en minder aan te bieden als restafval. Zo ook in Woensdrecht. Het verwerken van afval wordt steeds duurder en de noodzaak om grondstoffen duurzaam te recyclen neemt toe. Het beleid in Woensdrecht is erop gericht de hoeveelheid restafval te verminderen tot maximaal 100 kg per persoon per jaar, de zogenoemde VANG-doelstelling. De hoeveelheid restafval van de gemeente Woensdrecht voor 2021 bedraagt 186 kg. per inwoner (bron: Saver NV). Het aantal kg. voor het jaar 2022 is nog niet bekend. Tevens moet de activiteit ‘afvalinzameling & -verwerking’ kostendekkend uitgevoerd worden. Dat betekent dat de lasten financieel gedekt moeten worden door de baten. Maar ook dat het principe geldt: 'de gebruiker betaalt'. Om de doelstelling te behalen heeft de raad in 2019 besloten met ingang van 2020 de volgende maatregelen te nemen:

  • Verhoging van de variabele en invoering van progressieve tarieven van het aanbieden van het restafval;
  • Verhoging van het tarief voor de extra tikken op de milieustraat. 

De ophaalfrequentie van het afval blijft gehandhaafd op eenmaal in de twee weken. Het verlagen van de ophaalfrequentie van het restafval naar eenmaal in de vier weken is om redenen van hygiëne en serviceniveau niet doorgevoerd. 

De gemeente heeft zich vanuit de duurzaamheidsambities gecommitteerd aan de doelstelling uit het nationale VANG-programma (Van Afval Naar Grondstof). Dit programma beschrijft de doelstellingen voor gemeenten op het gebied van circulariteit van grondstoffen. De ambitie was om in 2020 75% afvalscheiding en 100 kilo restafval per inwoner te realiseren, om uiteindelijk in 2025 30 kg. per persoon in te zamelen met een scheidingspercentage richting de 100%. Het doel om in 2020 100 kilo restafval per inwoner is niet gehaald. De Nederlandse gemeenten hebben echter wel stappen gezet voor het verbeteren van huishoudelijke afvalscheiding. De ambities van 2020 zijn dichterbij gekomen:

  • In de periode 2015-2020 daalde de hoeveelheid restafval in Nederland van 240 kg naar 180 kg;
  • In 2020 behaalden 31% van de gemeenten 75% afvalscheiding, tegenover 7% in 2015;
  • Ruim 15% van de gemeenten hadden minder dan 100 kg restafval per inwoner.

In maart 2022 is het Uitvoeringsprogramma VANG - Huishoudelijk Afval Herijking voor de periode t/m 2025 gepubliceerd. Dit uitvoeringsprogramma geeft invulling aan de uitvoering van het programma VANG-HHA voor de jaren 2021-2025. Om te komen tot kwalitatief nóg betere recycling richt het uitvoeringsprogramma VANG-HHA zich in de periode 2021 – 2025 op twee belangrijke aspecten:

  • Het nog beter scheiden van restafval. Tweederde van al het huishoudelijk restafval bestaat uit waardevol, recyclebaar materiaal. Te grote hoeveelheden hiervan belanden in de verbrandingsoven;
  • Het verbeteren van de kwaliteit van de deelstromen. Vervuiling en de aanwezigheid van stoorstoffen zorgen ervoor dat de deelstromen die gescheiden worden ingezameld niet optimaal zijn.

Het doel voor heel Nederland is om in 2050 volledig circulair te zijn (bron: www.vang-hha.nl). 

Voor 2024 zien we een toename van de kosten van de afvalinzameling als gevolg van de jaarlijkse indexering van de tarieven van Saver.  De kosten van de afvalverwerking nemen af als gevolg van een verwachte daling van de hoeveelheid restafval (-200 ton), GFT-E afval (-250 ton), oud papier en karton (-100 ton)  en een verwachte lagere vergoeding voor de inzameling van oud papier en karton. Er wordt een geringe daling van de kosten van de milieustraat verwacht als gevolg van een afname (-300 ton) van de hoeveelheid afval. De opbrengsten van monostromen in 2024 nemen af als gevolg van lagere vergoedingen. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing dalen als gevolg van een afname van het aantal aanbiedingen van de restafvalcontainers en het aantal inworpen in de ondergrondse restafvalcontainers. Om de afvalverwerking in 2024 kostendekkend te krijgen wordt de raad voorgesteld de tarieven van de afvalstoffenheffing met ingang van 2024 te verhogen met 7,6%. Tevens wordt de raad voorgesteld de tarieven voor het gebruik van de milieustraat met 7,6% te verhogen. De belasting voor het gebruik van de milieustraat bedraagt:

  • Voor het 4e tegoed op de Saverpas: € 18,20 (in 2023: € 16,90);
  • Voor het 5e en 6e tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 36,35 (in 2023: € 33,80);
  • Voor het 7e en volgende tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 60,60 (in 2023: € 56,35).
  • Het aantal ‘gratis’ tikken op de milieustraat blijft ongewijzigd; nl. 3.

De opbrengsten aan afvalstoffenheffing worden geraamd op € 2.880.750 en dit resulteert in een kostendekkingspercentage van 100%.

Voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking'

Woensdrecht heeft een voorziening 'egalisatie afvalinzameling & -verwerking' tot haar beschikking voor het afdekken van risico's en financiële resultaten van afval. Het verwachte saldo van de voorziening per 01-01-2024 bedraagt (afgerond) € 256.000. 

Bedragen in €
Kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking
Taakveld/omschrijving Specificatie Bedrag %
Lasten
7.3 Afval 1. Afvalinzameling -1.141.750
2. Afvalverwerking -542.850
3. Milieustraat -931.000
4. Overig -192.136
2.1 Verkeer en vervoer 5. Straatreiniging -31.112
6.3 Inkomensregelingen 6. Kwijtschelding afvalstoffenheffing -85.000
Baten (exclusief opbrengsten afvalstoffenheffing)
7.3 Afval 2. Afvalverwerking 342.000
3. Milieustraat 9.805
6. Dividenduitkering Saver NV 55.000
BTW -363.841
Totaal (lasten minus baten) -2.880.884 100%
Opbrengsten afvalstoffenheffing (opgenomen in taakveld 7.3 Afval) 2.880.750
Saldo en kostendekkendheid -134 100%
Onttrekking aan de voorziening 'afvalinzameling & - verwerking' -
Saldo afvalinzameling & -verwerking na onttrekking aan de voorziening -134

Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking’:

Taakveld ´7.3 Afval´ is het centrale taakveld. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.3 Afval’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 31.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 25% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 85.000 voor het deel van de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing in de heffing betrokken. Het geraamde saldo van 'afvalinzameling & -verwerking' bedraagt € 134 nadelig.

3. Rioolheffing

Terug naar navigatie - 3. Rioolheffing

Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt geheven: een belasting ter bestrijding van de kosten die voor de gemeenten verbonden zijn aan:

  • de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
  • de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde en afvloeiende hemelwater, evenals het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

De raad stelt voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast (art. 4.22 Wet milieubeheer). In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) wordt aangegeven op welke manier de gemeente de gemeentelijke watertaken wil verbeteren, uitbreiden, onderhouden en beheren en welke middelen noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te bereiken. Het huidige GRP 'Samen schakelen naar een toekomstbestendige waterketen' is vastgesteld door de raad in september 2019 en heeft een looptijd van 4 jaar (2020-2023). Een nieuw Gemeentelijk Waterprogramma (GWP) voor de periode 2024-2027 en het bijbehorende kostendekkingsplan wordt in november 2023 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd. 

Met ingang van het belastingjaar 2010 wordt een rioolheffing geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. De rioolheffing kent twee grondslagen:

  • een vast tarief per perceel;
  • een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

De tarieven 2024 van de rioolheffing zijn opgenomen in het overzicht van de tariefontwikkeling 2020-2024 (B) in deze paragraaf, zij het dat de tarieven voor 2024 gelijk zijn gehouden aan de tarieven van 2023.  In november 2023 wordt het Gemeentelijk Waterprogramma (GWP) 2024-2027 en het bijbehorende kostendekkingsplan ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Om de hoogte van de rioolheffing voor 2024 en volgende jaren te bepalen is het kostendekkingsplan opgesteld. Het besluit van de gemeenteraad  is leidend en onderbouwend voor de tarieven van 2024. Na vaststelling van het GWP 2024-2027 worden de tarieven voor 2024 opgenomen in de 'Verordening rioolheffing Woensdrecht 2024', welke in december 2023 aan de raad  ter vaststelling wordt aangeboden. 

Bedragen in €
Kostendekkendheid riolering
Taakveld/omschrijving Specificatie Bedrag %
Lasten
7.2 Riolering 1. Exploitatie en beheer riolering -1.739.942
2. Heffing en invordering rioolheffing -42.827
2.1 Verkeer en vervoer 3. Aandeel kosten straatreiniging -93.338
5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie 4. Kosten onderhoud watergangen -97.500
6.3 Inkomensregelingen 5. Kwijtschelding rioolheffing -70.000
Baten (exclusief opbrengsten rioolheffing)
7.2 Riolering N.v.t. -
BTW -127.893
Totaal (lasten minus baten) -2.171.500 100%
Opbrengsten rioolheffing (opgenomen in taakveld 7.2 Riolering) 2.171.500
Saldo en kostendekkendheid - 100%

Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid riolering’:

In de tabel zijn de lasten en baten opgenomen, die voor het bepalen van de tarieven van de rioolheffing van toepassing zijn. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.2 Riolering’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 93.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 75% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Het vegen van de goten beperkt het instromen van vuil in de straatkolken en voorkomt vervuiling van het rioolstelsel.

Van het taakveld '5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie' wordt een bedrag van € 97.500 in de heffing betrokken. Dit betreft de geraamde lasten van het onderhoud van de gemeentelijke watergangen (sloten) inclusief het afvoeren van het slootvuil. Het toerekenen van het onderhoud watergangen aan rioolbeheer is reëel vanuit de relatie met de zorgplicht hemelwater. Het functioneren van het hemelwaterriool is gekoppeld aan het functioneren van de watergangen die dienen voor de afvoer van regenwater.

Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 70.000 voor het deel van de kwijtschelding van de rioolheffing in de heffing betrokken.

In de lasten van het taakveld '7.2 Riolering´ is een toevoeging aan de voorziening ´rioolbeheer´ opgenomen van (afgerond) € 1.151.500. De toevoeging aan de voorziening is gebaseerd op het 'GRP 2020-2023’. Het kostendekkingspercentage van riolering is 100%.

4. Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - 4. Lokale lastendruk

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de lastenontwikkeling van een gezin (meerpersoonshuishouden). De woonlasten bestaan uit drie onderdelen: onroerende-zaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de onroerende-zaakbelasting wordt uitgegaan van een gezin met in eigendom een woning met een getaxeerde waarde voor het jaar 2024 van € 383.000. De waarde van € 383.000 is gebaseerd op de gemiddelde woningwaarde van 2022 van € 325.000 (bron: CBS StatLine 10-2023) gecorrigeerd met een verwachte waardestijging voor 2023 van +13,17%  en +4,0% voor 2024. Voor de afvalstoffenheffing wordt voor het jaar 2024 uitgegaan van gemiddeld 13 ledigingen van een 240 liter restafvalcontainer.

Bedragen in €
Lokale lastendruk 2020 2021 2022 2023 2024 *
Lastenontwikkeling gezin 764,07 832,91 839,41 913,85 960,21
* Berekend als volgt: OZB € 383.000 x 0,1075% + riool € 210,00 + afval vast € 212,25 + afval variabel 13 x € 9,71
De in de tabel gehanteerde WOZ-waarden zijn gebaseerd op de door het CBS gepubliceerde cijfers 'gemiddelde WOZ-waarde van woningen'.
Het tarief van de rioolheffing voor het jaar 2024 is gelijk gehouden aan het tarief van het jaar 2023. Dit in afwachting van de behandeling van het GWP 2024-2027 in de gemeenteraad van november 2023. Indien de gemeenteraad instemt met het GWP 2024-2027, wordt de raad in december 2023 voorgesteld het tarief van de rioolheffing voor 2024 vast te stellen op € 165,35 (2023: € 157,40) voor een eenpersoons-huishouden en op € 220,50 (2023: € 210) voor een meerpersoonshuishouden.

5. Vergelijkend overzicht woonlasten

Terug naar navigatie - 5. Vergelijkend overzicht woonlasten

Om inzicht te hebben in de hoogte van de woonlasten in Woensdrecht zijn in onderstaande tabel de woonlasten van een aantal (buur)gemeenten opgenomen, zij het dat deze betrekking hebben op 2023. De tarieven 2024 van deze gemeenten zijn thans nog niet bekend.

Ter informatie zijn ook de “laagste” en de “hoogste” waarden opgenomen. De cijfers zijn ontleend aan de “Atlas van de lokale lasten 2023” van het COELO. Het begrip ´bruto gemeentelijke woonlasten´ is samengesteld uit de OZB voor een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Bedragen in €
Vergelijkend overzicht woonlasten
Gemeente Bruto woonlasten eph 2023 Bruto woonlasten mph 2023 Landelijk rangtelnummer
Aalten 552 652 1
Etten-Leur 749 778 21
Tholen 715 802 34
Rucphen 780 852 69
Gemiddelde Noord-Brabant 801 877
Woensdrecht 790 888 114
Halderberge 776 900 129
Reimerswaal 731 905 131
Moerdijk 751 908 133
Steenbergen 787 913 140
Roosendaal 903 932 167
Gemiddelde Nederland 867 944
Bergen op Zoom 956 1.003 249
Zundert 1.071 1.124 320
Bloemendaal 1.734 1.874 352
eph = éénpersoonshuishouden
mph = méérpersoonshuishouden met eigen woning

Hieruit blijkt dat Woensdrecht ten opzichte van 2022 in de stand van het landelijk rangnummer is gestegen. Stond Woensdrecht in 2022 op nummer 64 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 821), nu staat Woensdrecht op nummer 114 (bruto woonlasten meerpersoonshuishouden € 888). Woensdrecht bevindt zich daarmee boven het gemiddelde van de provincie Noord-Brabant, echter onder het gemiddelde van Nederland.

7. Forensenbelasting

Terug naar navigatie - 7. Forensenbelasting

De forensenbelasting wordt opgelegd aan natuurlijke personen die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben en die meer dan 90 dagen een tweede (gemeubileerde) woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. Bij de tariefbepaling wordt rekening gehouden met een correctie voor de waardemutatie van de onroerende zaken. Daarnaast is het tarief 2024 geïndexeerd met het inflatiepercentage (+5,7%).

8. Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - 8. Toeristenbelasting

Toeristenbelasting is een directe belasting die geheven wordt voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding - in welke vorm dan ook - door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisadministratie personen van de gemeente zijn opgenomen. De belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf in hem ter beschikking staande ruimten, dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. In de Verordening toeristenbelasting is een registratieplicht opgenomen, zodat duidelijk is dat de exploitant de verplichting heeft zorg te dragen voor een registratie van het aantal overnachtingen, tenzij de forfaitaire regeling wordt toegepast.

Tarief
De raad heeft in 2020 besloten het tarief met ingang van het jaar 2020 te verhogen van € 1,00 naar € 1,50 per persoon, per overnachting ongeacht het type verblijf. Het tarief voor 2024 verandert niet ten opzichte van 2020.

9. Marktgelden

Terug naar navigatie - 9. Marktgelden

De tarieven voor 2024 veranderen niet ten opzichte van 2023. 

Bedragen in €
Baten en lasten van de markten
Omschrijving Begroting 2024 Jaarstukken 2022
Weekmarkt Putte 3.032 3.848
Jaarmarkt Putte 16.869 14.333
Weekmarkt Hoogerheide 2.099 2.907
Totaal baten 22.000 21.087
Totaal lasten* -58.079 -46.720
Kostendekkingspercentage 37,9% 45,1%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.

10. Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - 10. Lijkbezorgingsrechten

De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn voor 2024 geïndexeerd met het inflatiepercentage (+5,7%). 

Bedragen in €
Baten en lasten van de lijkbezorging
Omschrijving Begroting 2024 Jaarrekening 2022
Baten (diverse tarieven) 88.838 72.935
Lasten: begraafplaatsen / lijkbezorging* -111.685 -107.558
Kostendekkingspercentage 79,5% 67,8%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.

11. Leges

Terug naar navigatie - 11. Leges

Naast belastingen heft de gemeente rechten (leges) voor individuele dienstverlening aan haar inwoners. De geraamde opbrengsten uit de leges mag de totale geraamde kosten niet overtreffen. De tarieven voor de leges zijn daarom kostendekkend berekend. Ook dient er rekening gehouden te worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven, zoals bijvoorbeeld voor reisdocumenten en rijbewijzen. De gemaximeerde bedragen voor 2024 worden pas in het najaar van 2023 bekendgemaakt. Het voorziene kostendekkingspercentage bij de leges is wettelijk gelimiteerd op 100%.

De legesverordening is naar aard van de dienstverlening ingedeeld in drie hoofdstukken:

  • hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening;
  • hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet;
  • hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is.

Het komt voor dat bepaalde onderdelen van de legesverordening een hogere opbrengst realiseren dan de daaraan toegerekende kosten, terwijl bij een ander onderdeel geen 100%-kostenverhaal mogelijk blijkt te zijn. Binnen hoofdstuk 1 en 2 is kruissubsidiëring toegestaan, zodat een eventueel dekkingstekort van de ene paragraaf gecompenseerd kan worden door een hoger dekkingspercentage van een andere paragraaf in deze hoofdstukken. Bij hoofdstuk 3 is alleen binnen het hoofdstuk kruissubsidiëring per paragraaf toegestaan. Het streven is een volledige kostendekking te realiseren en voor zover nodig daartoe kruissubsidiëring toe te passen.

Onderstaand is een overzicht opgenomen van de geraamde baten en lasten voor 2024 met bijbehorende percentages van de kostendekking per paragraaf. Binnen hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 wordt kruissubsidiëring tussen de paragrafen toegepast. De mate van kostendekking blijkt uit het overzicht. Niet vermelde paragrafen zijn 'gereserveerde' paragrafen. De tarieven voor 2024 zijn gebaseerd op de tarieven 2023 aangepast met een inflatiecorrectie van +5,7% (bron: CBS) met een afronding op 5 eurocent of bij grotere bedragen op hele euro's. In de lasten bevinden zich de directe kosten die verbonden zijn aan de betreffende leges, de loonkosten en de overheadkosten. 

Berekening overhead

De overhead dient extracomptabel te worden berekend in de vorm van een opslagpercentage. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. Het opslagpercentage overhead op de personeelskosten voor 2024 bedraagt hiermee 64%.

Kostendekking

Binnen het hoofdstuk Algemene dienstverlening is sprake van een geraamde kostendekking van 81%. Het belangrijkste aandeel binnen deze titel zijn de reisdocumenten, ID-kaarten en rijbewijzen. De tarieven voor deze documenten zijn wettelijk gelimiteerd en deze zijn voor 2024 nog niet allemaal bekendgemaakt door het Rijk. 

Binnen het hoofdstuk Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet voor het begrotingsjaar 2024 is er sprake van een kostendekking van 112%. De belangrijkste baten binnen deze titel zijn de leges voor de omgevingsvergunningen en de leges voor de procedures Ruimtelijke Ordening. Het verloop van het aantal vergunningen en de leges (op basis van de bouwsom) fluctueren jaarlijks. Momenteel is er sprake van onzekerheid over het economisch perspectief, zoals hoge bouwkosten, schaarse bouwmaterialen, inflatie en stikstofcrisis.

Binnen hoofdstuk dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is, is de kostendekking 43%. Binnen deze hoofdstuk vallen de diverse APV-vergunningen en vergunningen op basis van de Alcoholwet.

Bedragen in €
Onderwerp legesverordening Directe kosten Loon- kosten Overhead Totale kosten Opbrengst Kosten- dekkendheid
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand 2.792 18.059 11.546 32.397 34.513 107%
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 94.431 89.328 57.111 240.870 201.168 84%
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen 21.379 67.516 43.166 132.061 99.893 76%
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen ihkv de basisregistratie persoonsgegevens 0 7.117 4.550 11.667 8.651 74%
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie 5 27 18 50 56 112%
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken 3.114 2.893 1.849 7.856 4.133 53%
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief - -
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten 12.479 31.079 19.870 63.428 46.095 73%
Paragraaf 1.10 Diversen 0 1.181 755 1.936 1.698 88%
Totaal hoofdstuk 1 134.200 217.200 138.865 490.265 396.207 81%
Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Paragraaf 2.2 Voorfase 3.032 22.746 14.542 40.320 40.985 102%
Paragraaf 2.3 tm 2.13 Bouwactiviteiten en samenhangende activiteiten 42.745 376.558 240.750 660.053 741.888 112%
Totaal hoofdstuk 2 45.777 399.304 255.292 700.373 782.873 112%
Hoofdstuk 3 Dienstverlening waarop de dienstenrichtlijn van toepassing is
Paragraaf 3.1 Horeca 0 9.527 6.091 15.618 11.495 74%
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven -
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet -
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt 0 10.553 6.747 17.300 1.548 9%
Paragraaf 3.5 Standplaatsen 0 2.052 1.312 3.364 2.620 78%
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 -
Totaal hoofdstuk 3 0 22.132 14.150 36.282 15.663 43%
Totalen verordening 179.977 638.636 408.307 1.226.920 1.194.743 97%

12. Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - 12. Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente heeft de mogelijkheid om opgelegde aanslagen kwijt te schelden indien een belastingplichtige niet in staat is een aanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. In de Gemeentewet en de Invorderingswet 1990 is het juridisch kader voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen opgenomen. De gemeente is wettelijk verplicht de door de minister van Financiën vastgestelde regels in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toe te passen. In de Gemeentewet is geregeld op welke onderdelen de gemeente van de Uitvoeringsregeling af mag wijken. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt verzorgd door de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), op basis van de regeling die de raad vaststelt.

Kwijtschelding kan worden verleend voor (een deel van) de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de overige belastingsoorten is in Woensdrecht geen kwijtschelding mogelijk. Het kwijtscheldingsbudget bedraagt voor 2024 € 155.000. Dit bedrag is opgebouwd uit € 85.000 kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en € 70.000 kwijtschelding voor rioolheffing.

In juli 2021 heeft het kabinet besloten om bij de kwijtschelding een verruiming van de vermogensnorm mogelijk te maken zodat mensen een kleine financiële buffer kunnen hebben. Begin 2022 heeft een internetconsultatie plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot de vaststelling van een nieuwe ministeriële ‘Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden’.

De nieuwe ministeriële regeling maakt het mogelijk om bij de toetsing van een aanvraag kwijtschelding een iets ruimere vermogensnorm te hanteren. De aanvankelijke opzet om de ruimere vermogensnorm alleen voor AOW-gerechtigden en duurzaam arbeidsongeschikten te laten gelden is verlaten. Als voor de verruiming van de vermogensnorm wordt gekozen, dan geldt deze voor iedereen.

Indien een aanvrager voorheen beschikte over financiële middelen van globaal € 2.000 of meer (afhankelijk van de gezinssituatie ongeveer € 2.500 of meer) kwam deze niet in aanmerking voor kwijtschelding. Op basis van de nieuwe regeling kan de reguliere vermogensnorm afhankelijk van de leefsituatie van de belastingschuldige (echtgenoten, alleenstaanden of alleenstaande ouders) met maximaal € 2.000 worden verhoogd. De verhoging van de vermogensnorm stelt de aanvrager in staat een kleine financiële buffer te creëren.