De belangrijke voorzienbare strategische risico’s voor onze gemeente zijn geïnventariseerd. Het merendeel van deze risico’s is van structurele aard. Per risico worden de huidige beheersmaatregelen aangegeven.
Macro-economische ontwikkelingen
De wereldwijde economische ontwikkelingen worden gedomineerd door thema’s als globalisering, maatregelen om eigen markt te beschermen, de opkomst van China en de oorlog in Oekraïne. Sinds 2021 is de inflatie opgelopen tot historisch hoge niveaus. Vooral gedreven door energie-, voedselprijzen en grondstoffen schaarste houdt de hoge inflatie langere tijd aan. Ingrepen van de ECB door verhoging vanaf augustus 2023 van de rente naar 3,75% zorgen dat de financiële condities aanzienlijk krapper zijn geworden, maar hebben niet geleid tot beteugelen van de inflatie tot het streefniveau van ca 2%. De macro-economische vooruitzichten zijn verslechterd en de zorgen over een wereldwijde recessie blijven bestaan. Deze ontwikkelingen leiden voor ons als gemeente tot risico’s op prijsstijgingen in exploitatie- en investeringsuitgaven. Ook inwoners, organisaties en ondernemingen ondervinden daarvan de gevolgen. Daarnaast blijven de ontwikkelingen in wet- en regelgeving op Nederlands niveau zorgen voor risico’s op gemeentelijke niveau.
A. Wet- en regelgeving, omgevingswet
Europese en nationale wet- en regelgeving heeft vaak gevolgen voor gemeentelijke organisaties. De invoering van wet- en regelgeving en al dan niet direct daaraan gerelateerde kostenstijgingen leiden niet automatisch tot extra overheidscompensatie en zijn omgeven met risico’s qua concrete invulling. Potentieel ingrijpende gevolgen voor onze taken, rollen en inkomsten heeft de invoering per 1 januari 2024 van de Omgevingswet. Risico’s, die we hierbij lopen zijn dat de gevolgen voor planvorming, vergunningverlening en voor de inkomsten uit leges onvoldoende bekend zijn en dossiervorming volledig en op orde is. Pas na invoering van deze wet zullen deze onderwerpen duidelijk worden voor onze organisatie. We zijn voorbereid op de invoering, volgen de ontwikkelingen nauwgezet en waar nodig vindt bijsturing plaats.
B. Wet- en regelgeving, stikstofbeleid overheid
De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt de resultaatsverplichtingen voor de stikstofreductie. In 2030 moet minimaal 50% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben. In maart 2023 heeft de provincie Noord-Brabant besloten om geen vergunningen meer te verstrekken voor bouwprojecten die leiden tot extra neerslag van stikstof in Natura-2000 gebieden. De gevolgen voor onze gemeente zijn onzeker, maar potentieel omvangrijk. De stikstofuitstoot in onze gemeente wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitstoot vanuit het Antwerpse havengebied en de intensieve veeteelt in Vlaanderen. Verwacht mag worden, dat het stikstofplan nadelige invloed op onze ambities en bouwplannen zal blijven hebben en zal leiden tot uitstel of zelfs afstel van bouwplannen. De ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen voor onze (lopende) projecten worden nauwgezet gevolgd.
C. Instandhouding van gemeentelijke infrastructuur
Belangrijke gemeentelijke beleid- en beheerplannen als MJOP Gebouwenbeheer, beleids- en beheerplan openbare verlichting, beleidsplan wegen, MJOP sportaccommodaties, beheerplan materieel en beleids- en beheerplan spelvoorzieningen worden in de komende jaren geactualiseerd. Het risico blijft reëel aanwezig, dat continuering van het huidige conditieniveau van onze infrastructuur leidt tot stijgende beheerskosten, met name door de gestegen grondstofprijzen en transportkosten, waarbij stijgingen van meer dan 20% van onze huidige beheerskosten waarschijnlijk zijn. In deze begroting 2024 is reeds rekening gehouden met stijgende beheerskosten van wegen en openbare verlichting. Hierdoor is het risico verlaagd. Om de lasten in de beleids- en beheerplannen op het huidige niveau te houden, kunnen beheermaatregelen doorgevoerd worden, zoals door het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed te combineren met het groot onderhoud. Beheersing vindt plaats aan de hand van bestuurlijke besluitvorming. Het uitgangspunt, dat beleid wordt ontwikkeld binnen de financiële kaders, lijkt vanwege de huidige economische ontwikkelingen lastig haalbaar.
D. (Ver)nieuwbouw van gemeentelijke infrastructuur, met name onderwijshuisvesting
Naast de gestegen uitgaven aan onderhoud en beheer is een risico gelegen in verbouw en nieuwbouw van onze gemeentelijke infrastructuur. Met name betreft dit de uitvoering van het integraal huisvestingsplan van onze onderwijshuisvesting en reguliere vervangingsinvesteringen. De werkelijke uitgaven zullen, naar de huidige verwachtingen, hoger uit gaan vallen dan begroot, waarbij in 2023 al prijsstijgingen van ruim 20% zijn gerealiseerd. Beheersmaatregelen zoals het combineren van de (ver)nieuwbouw met verduurzaming van gemeentelijk vastgoed met groot onderhoud vergen een extra investering maar resulteren in een mogelijke besparing op de toekomstige exploitatiebudgetten. Beheersing vindt plaats in de bestuurlijke besluitvorming en het overleg met onderwijsbesturen, waarin ambitieniveaus bijgesteld kunnen worden. Het uitgangspunt, dat geactualiseerd beleid wordt ontwikkeld binnen de bestaande financiële kaders, lijkt lastig realiseerbaar.
E. Afvalinzameling & -verwerking
De afvalbegroting is grotendeels afhankelijk van moeilijk beïnvloedbare factoren zoals het scheidingsgedrag van inwoners, marktwerking van verwerkingstarieven, prijzen voor de inname van waardevolle recyclebare producten en de invoering van belastingen zoals verbrandingsbelasting op restafval. Vaste kosten zijn afgelopen jaren hard gestegen. De grootste kostenposten zijn hoge exploitatiekosten van de milieustraat en de stijging van verwerkingstarieven. Gemeente Woensdrecht heeft het vaste tarief verhoogd om kostendekking na te streven. Het variabele tarief is verhoogd om het beter scheiden van afval te stimuleren. Het risico bestaat dat het tekort op de afvalinzameling en verwerking niet (volledig) door maatregelen en door verhoging van de tarieven kan worden gecompenseerd. Er wordt onderzocht of- en hoe de milieustraat toekomstbestendig ingericht kan worden waarbij aan vier pijlers wordt voldaan: duurzaamheid, service, fysiek en financiën.
F. Business Park Aviolanda
Het marktrisico dat onze gemeente in deze publiek-private samenwerking loopt, hangt samen met onze rol als aandeelhouder en als verschaffer van leningen. Met gemeentelijke financiering door met name kapitaalinbreng als onderdeel van de uitvoering van het Ondernemingsplan 2024-2028 is geen rekening gehouden. De belangrijkste beheersmaatregelen zijn enerzijds onze betrokkenheid als aandeelhouder in de besluitvorming over belangrijke projecten en anderzijds dat additionele financiering pas zal worden verstrekt na instemming door de raad.
G. Participatiewet en minimabeleid
Door het ministerie wordt jaarlijks het BUIG-budget alsmede de toepasselijke verdeelsleutel vastgesteld. Een risico waar we rekening mee moeten houden, is gelegen in de fluctuatie van ons klantenbestand bij de Intergemeentelijke Sociale Dienst Brabantse Wal (ISD). Een toename van klanten kan leiden tot extra uitgaven ten laste van het BUIG-budget. Een factor die fluctuaties kan veroorzaken, is onder andere de taakstelling voor het aantal statushouders, omdat de meeste statushouders zijn aangewezen op de bijstand. Het doel van ontwikkeltrajecten is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Het risico dat hierin is gelegen, is dat door het aanbieden van meer ontwikkeltrajecten in de ketensamenwerking de kosten stijgen. De risico’s voor een overschrijding op de bijzondere bijstand, liggen met name bij hogere uitgaven aan woninginrichting en bewindvoering. Een overschrijding kan komen door factoren zoals een hoge taakstelling voor de opvang van statushouders en de hoge energieprijzen. Door de energiecrisis en stijgende prijzen door inflatie, is er een stijgend aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft. Vroegsignalering wordt uitgevoerd om te voorkomen dat kleine betalingsachterstanden uitgroeien tot problematische schulden. Het risico is dat door het stijgend aantal meldingen extra middelen voor de uitvoering moeten worden ingezet. Beheersmaatregel is het nauwlettend volgen van ontwikkelingen.
H. Uitvoering Jeugdzorg
In de jeugdhulpregio West-Brabant West maken we ons zorgen over het gemeentelijk budget voor jeugdhulp en zien we een disbalans tussen kwalitatief goede zorg beschikbaar hebben en het betaalbaar houden van deze zorg. Risico’s betreffende jeugdzorg zijn het langer in zorg zijn van jeugdigen, toename van complexere zorgproblematiek, kleinschaligheid en de niet volledig invloed op de doorverwijzing naar duurdere zorgvormen. Het risico op overschrijding van de financiële middelen is nog steeds aanwezig en zal gezien de lastige voorspelbaarheid en het korten op het jeugdbudget groter worden. Wachtlijsten bij zorgaanbieders zorgen ervoor dat er meer druk op de jeugdprofessionals wordt gelegd. Tijd voor preventieve werkzaamheden komen hierdoor in het geding. Met het akkoord van de Hervormingsagenda Jeugd wordt geprobeerd jeugdzorg beschikbaar en betaalbaar te houden. Anderzijds heeft het Rijk gemeenten toegezegd dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda gaan leiden tot een lastenverlaging in deze jaren. Daarom heeft het Rijk hierop voorgesorteerd door de uitkering via het gemeentefonds voor deze jaren te verlagen. Om deze verlaging budgetneutraal te kunnen opvangen in onze begroting zal het Rijk deze belofte derhalve waar moeten maken zodat er ook daadwerkelijk minder kosten voor gemeenten zijn in deze jaren. De gewenste bezuinigingen die men hierdoor verwacht zijn onzeker en de huidige inschatting is dan ook dat deze besparingsbelofte niet of slechts deels gerealiseerd kan worden.
Op dit moment doen we vanuit de jeugdhulpregio West-Brabant West mee aan een proeftuin om te kijken hoe het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming er in de periode 2026 - 2031 er uit moet komen te zien. Het is nog onzeker of we hiervoor in 2024 middelen vanuit het Rijk gaan ontvangen. Vanaf 2024 komen er landelijke tarieven voor de gecertificeerde instellingen. Deze zijn minimaal gelijk aan de tarieven van 2023. Hiervoor moet nog een landelijk kostprijsonderzoek doorlopen worden. Ontwikkelingen worden gevolgd en uitgaven worden gemonitord, waarbij ook de financiële positie van jeugdhulpaanbieders wordt gevolgd. Door het maken van afspraken over de wijze van jaarlijkse indexering en door tussentijdse aanpassing van de benodigde budgetten in de planning & control cyclus wordt het risico op forse kostenstijgingen beperkt.
I. Uitvoering Wmo
Het aantal aanvragen voor ondersteuning (maatwerkvoorzieningen) op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is al diverse jaren aan het stijgen. Naar verwachting blijft dit de komende jaren ook het geval, waarbij het aannemelijk is dat de mate van deze stijging zal afvlakken. De toenemende vraag naar maatwerkvoorzieningen is inherent aan de hoge mate van vergrijzing binnen onze gemeente. Tegelijkertijd heeft de Wmo 2015 als doel dat inwoners langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen, waardoor inwoners vaker én langer beroep doen op Wmo maatwerkvoorzieningen. Het beschikbare zorgpersoneel is echter niet toereikend voor de toenemende zorgvraag. Dit probleem speelt landelijk. Gemeenten zijn verplicht reële tarieven te bieden conform de AMVB ‘reële kostprijs’. Actuele ontwikkelingen, zoals inflatie en stijging in loonkosten, zorgen voor verhoging van deze kostprijs. De stijging in volume en in prijs kan ertoe leiden, dat bestaande budgetten niet toereikend zullen zijn. Dit geldt niet alleen voor huishoudelijke ondersteuning (HO) en begeleiding (BG), maar ook voor woonvoorzieningen, vervoer en hulpmiddelen.
Doordat de eigen bijdrage sinds 2019 niet langer inkomensafhankelijk is als gevolg van landelijke wet- en regelgeving (het abonnementstarief), zorgt dit tevens voor een toename op de Wmo voorziening HO. Op dit moment ligt een wetsvoorstel voor, waarmee de eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning mogelijk weer inkomensafhankelijk wordt, maar enkel boven het inkomen van 185% van het sociaal minimum. Het Rijk geeft aan dat de voorgenomen ingangsdatum is uitgesteld naar 1 januari 2026. De gebruikers van HO voorzieningen in onze gemeente zijn grotendeels (voor 88%) 65 jaar of ouder. Indien het wetsvoorstel ongewijzigd wordt doorgevoerd in 2026, is de verwachting dat het aantal aanvragen voor Huishoudelijke Ondersteuning niet zal dalen.
J. Beschermd Wonen
Op dit moment vindt de doordecentralisatie van beschermd Wonen plaats. De transitie ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis’ heeft als doel dat inwoners met psychische problemen in plaats van te verhuizen naar een instelling, thuis kunnen blijven wonen met ambulante ondersteuning. Twee belangrijke instrumenten daarvoor zijn invoering van het woonplaatsbeginsel en een nieuw verdeelmodel voor de financiële middelen voor gemeenten voor beschermd wonen. Deze zorgen ervoor dat elke gemeente voortaan verantwoordelijk is voor de ondersteuning van de eigen inwoners en dat elke gemeente ook passende middelen ontvangt om te zorgen voor beschermd thuis en beschermd wonen voor haar inwoners. De voorgenomen invoeringsdatum van beide maatregelen was 1 januari 2024, echter beoogt het Rijk als nieuwe streefdatum voor de invoering 1 januari 2025. Het blijft hierdoor langer onduidelijk welke middelen we als lokale gemeente van het Rijk ontvangen wanneer het nieuwe verdeelmodel zal worden ingevoerd.
K. Verbonden partijen
Gemeenschappelijke regelingen hebben in 2023 geanticipeerd op de oplopende lonen en sterke inflatie. Door de meeste gemeenschappelijke regelingen zijn de begrotingen herzien en aangepast op de actuele CAO WSGO. In de concept Nota Verbonden Partijen West Brabant is inmiddels als beheersmaatregel opgenomen dat gemeenschappelijke regelingen een beperkte algemene reserve aan mogen houden welke wordt ingezet bij onvoorziene inflatie of CAO-stijgingen. Net als gemeenten hebben de gemeenschappelijke regelingen te maken met een krappe arbeidsmarkt. Dit heeft effecten op werkdruk, ziekteverzuim en de kosten van inhuur personeel.
Belastingsamenwerking West-Brabant: De ontwikkeling van het aantal waarde-bezwaren leidt tot een steeds grotere aanslag op de bedrijfsvoering. Stijgende kosten zijn een landelijk probleem, maar het risico dat het WOZ-proces vastloopt, is zorgwekkender. Omgevingsdienst Midden en West Brabant. Onzekere factoren als implementatie Omgevingswet, stikstof, regelgeving energietransitie, zorgwekkende stoffen zijn relevant. Beheersmaatregelen zijn de voortdurende aandacht van onze bestuurders en regiefunctionarissen voor de ontwikkelingen binnen de gemeenschappelijke regelingen om daarmee tijdig bij te kunnen sturen.
L. Fluctuaties in het gemeentefonds vanaf 2026
De herijking van het gemeentefonds, waarbij de rijksoverheid rekening houdt met de vastgestelde knelpunten in de verdeling van de middelen in het sociaal domein, is ingegaan vanaf 2023. De discussie tussen VNG en het ministerie duurt voort inzake de uitvoering van het advies van de Raad van Openbaar Bestuur. In de komende jaren zal blijken of de positieve gevolgen van deze herijking voor onze gemeente voortduren.
M. Grondexploitatie
Onze gemeente heeft qua financiële omvang beperkte grondposities in centrum Hoogerheide, Bergsestraat Huijbergen en in Noordrand Ossendrecht. Het risico op deze grondposities is, dat gronden uiteindelijk niet worden verkocht of tegen een lagere grondprijs. Uiteindelijk behoudt grond altijd een minimale waarde die groter dan nul is. Een additioneel risico heeft betrekking op het geraamde tekort op de grondexploitatie Centrum Hoogerheide en Bergsestraat Huijbergen op basis van de huidige verwachtingen omtrent projectuitgaven en projectwinsten. Door tussentijdse projectactualisaties blijft er inzicht in het verloop van de ramingen en is bijsturing mogelijk.
N. Gemeentegaranties cultuur, sport, zorg en onderwijshuisvesting
Onze gemeente staat garant voor enkele lokale verenigingen en instellingen. Het risico is hierbij aanwezig dat deze organisaties niet meer aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen en dat onze garantstelling door banken wordt aangesproken. Vanaf 2023 staat onze gemeente meerjarig garant voor de financiering van bouw en exploitatie van het Integrale Kind Centrum (IKC) in Woensdrecht. Onze gemeente heeft een beleidslijn met betrekking tot het afgeven van garantstellingen. Door het volgen van de financiële positie van de betreffende organisaties kan ons risico beperkt blijven. Waarborgen zijn door ons verkregen via het eigendom van het IKC en door de afspraken met de Stichting Gebouwbeheer Woensdrecht, die het IKC bouwt en gaat beheren.
O. Informatieveiligheid, privacy en dienstverlening
Het budget voor de IT dienstverlening is in de afgelopen jaren verhoogd. Wettelijke eisen op het gebied van informatieveiligheid, privacy en dienstverlening veranderen regelmatig. Keuzemogelijkheden om al dan niet tot aanschaf over te gaan hebben we nauwelijks. In de Perspectievennota is aangegeven, dat het risico bestaat, dat we voor de beveiliging van onze systemen en data in toenemende mate extra beschermende maatregelen zullen gaan moeten nemen. Dit brengt voor Woensdrecht een structurele extra kostenpost met zich mee en zal een investering moeten worden gedaan in het op afstand aansturen van nieuwe devices, zoals laptops en smartphones.
In onderstaande tabel zijn de financieel belangrijkste risico's benoemd met een omvang van meer dan € 300.000, alsmede de som van de risico's kleiner dan 300.000. In deze tabel is het bedrag aan risico's met betrekking tot Jeugdzorg de som van de benoemde risico's.
Omvang risico's > € 300.000 |
Begroting 2024 |
WMO |
€ 685.000 |
Aviolanda |
€ 590.000 |
Jeugdzorg |
€ 820.000 |
Participatiewet en minimabeleid |
€ 520.000 |
Infrastructuur - verbouw en )nieuwbouw gemeentelijke infrastructuur |
€ 520.000 |
Stikstofbeleid Nederlandse overheid |
€ 650.000 |
Som van de overige risico's |
€ 695.000 |
Totaal geraamde risico's Programmabegroting 2024 |
€ 4.480.000 |