Paragraaf 2 Lokale heffingen

Algemeen

Terug naar navigatie - Algemeen

Lokale heffingen zijn te onderscheiden in belastingen enerzijds en leges, rechten en overige tarieven anderzijds. Inzicht in de omvang, werking en reikwijdte van de lokale heffingen is van belang voor de raad omdat ze, naast de inkomsten van de algemene uitkering, veelal de enige mogelijkheid vormen om aanvullende wensen te kunnen financieren. Tegelijkertijd wordt steeds kritischer gekeken naar de totale gemeentelijke belastingdruk. Daarbij is niet alleen inzicht in absolute zin belangrijk, aangezien Woensdrecht niet op zichzelf staat: inzicht in de hoogte van de heffingen van vergelijkbare gemeenten is eveneens verhelderend. Een gemeente is beperkt in de belastingsoorten die ze mag heffen. Deze zijn limitatief opgesomd in de Gemeentewet.

In deze paragraaf treft u een toelichting op de belangrijkste tariefaanpassingen voor het begrotingsjaar 2022. De belastingverordeningen voor 2022 worden in de openbare raadsvergadering van november 2021 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De in deze paragraaf opgenomen tarieven voor 2022 zijn onder voorbehoud van besluitvorming door de raad. Na de uitgangspunten van ons lokale beleid, een tabel van de geraamde inkomsten in 2022 (A) en een overzicht van de tariefontwikkeling 2018-2022 (B) worden achtereenvolgens de volgende onderwerpen toegelicht:

1. Onroerende zaakbelastingen (ozb)
2. Afvalstoffenheffing
3. Rioolheffing
4. Lokale lastendruk
5. Vergelijkend overzicht woonlasten
6. Hondenbelasting
7. Forensenbelasting
8. Toeristenbelasting 
9. Marktgelden
10. Lijkbezorgingsrechten
11. Leges
12. Kwijtscheldingsbeleid

Lokaal beleid

Terug naar navigatie - Lokaal beleid

Het beleid ten aanzien van lokale heffingen is gebaseerd op de uitgangspunten van het coalitieakkoord 2018-2022 en het collegewerkprogramma 2018-2022 “Samen door”. Zoveel als mogelijk wordt gekozen voor het uitgangspunt dat voor de tarieven van die belastingen, waarbij maximaal de kosten mogen worden verhaald, de gemeentelijke dienstverlening 100% kostendekkend dient te zijn (onder andere afvalstoffen-, rioolheffing, leges).

De uitgangspunten met betrekking tot de financiën van de gemeente zijn:

  • we houden vast aan het principe "de vervuiler betaalt". Inwoners ervaren dat verbeterd afvalscheidingsgedrag leidt tot minder hoge afvalkosten én inwoners en bedrijven zijn meer bereid tot het scheiden van afval. De kosten voor het ophalen en verwerken van afval zullen de komende jaren toenemen, waarbij we hebben afgesproken dat de afvalverwerking een kostendekkend proces moet zijn;
  • de opbrengsten uit de heffing van hondenbelasting moeten in evenwicht zijn met de kosten. In 2017 heeft de raad een motie aangenomen waarin het college wordt opgeroepen om de baten en lasten op het gebied van de hondenbelasting in de jaren 2018-2020 gefaseerd in evenwicht te brengen. Het college heeft deze motie uitgevoerd door de tarieven van de hondenbelasting een aantal jaren op rij te verlagen;
  • we hebben een begroting waarbij de lasten en baten structureel in evenwicht zijn;
  • de gemeente beschikt over een gezonde reservepositie en heeft haar risico's voor de komende jaren duidelijk in beeld.

Woensdrecht kent een relatief laag belastingniveau. De COELO-Atlas 2021, die voor alle Nederlandse gemeenten een vergelijking maakt van de woonlasten, bevestigt dit beeld. De woonlasten worden gedefinieerd als het totaal van de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Van de 370 binnengemeentelijke tariefgebieden in Nederland staat Woensdrecht op plaats 96; d.w.z. er zijn 95 tariefgebieden die lagere woonlasten hebben en 274  met hogere woonlasten. Woensdrecht bevindt zich daarmee onder de gemiddelden van zowel Nederland als de provincie Noord-Brabant.

A. Geraamde inkomsten

Terug naar navigatie - A. Geraamde inkomsten

In 2022 worden de volgende inkomsten met betrekking tot de lokale heffingen geraamd:

Bedragen kolom 2 t/m 6 x € 1.000
Inkomsten lokale heffingen per belastingsoort
Titel Jaarstukken 2020 Begroting 2021 (incl. wijziging) Primitieve begroting 2022 Heffings- maatregel 2022 Totaal 2022 (1) In % 2022 (2) Bedrag 2022 (per inwoner) (3)
1 2 3 4 5 6 7 8
Onroerende zaakbelastingen 4.453 5.010 5.051 99 5.150 48,74% € 234
Afvalstoffenheffing 2.251 2.528 2.525 50 2.575 24,37% € 116
Rioolheffing 1.946 2.041 2.035 - 2.035 19,26% € 92
Hondenbelasting 108 106 119 - 119 1,13% € 5
Forensenbelasting 47 45 46 1 47 0,44% € 2
Toeristenbelasting 641 641 641 - 641 6,07% € 29
Totaal: 9.446 10.371 10.417 150 10.567 100% 478
(1) Opbrengst na verwerking van de heffingsmaatregel 2022.
(2) Opbrengst per belastingsoort als percentage van de totale belastingopbrengst 2022.
(3) Totaal 2022 gedeeld door aantal inwoners gemeente Woensdrecht (raming per 1-1-2022 = 22.125)

B. Tariefontwikkeling 2018-2022

Terug naar navigatie - B. Tariefontwikkeling 2018-2022

De belastingverordeningen voor 2022 worden in de raadsvergadering van november 2021 aan de raad ter vaststelling aangeboden. De in dit overzicht opgenomen tarieven voor 2022 zijn daarmee in overeenstemming, uiteraard onder voorbehoud, van besluitvorming door de raad.

Tarieven per belastingsoort 2018 2019 2020 2021 2022
Onroerende zaakbelastingen
Woningen: eigenaren 0,1127% 0,1104% 0,1083% 0,1134% 0,1081%
Niet-woningen: eigenaren 0,1664% 0,1683% 0,1661% 0,1844% 0,1862%
Niet-woningen: gebruikers 0,1386% 0,1401% 0,1382% 0,1546% 0,1561%
Afvalstoffenheffing Bedragen in €
Vast deel 150,00 150,00 150,00 175,00 178,50
Afvalcontainer (per lediging):
- 240 liter restafvalcontainer 4,00 6,00
1 - 13 ledigingen 8,00 8,00 8,16
14 - 20 ledigingen 10,00 10,00 10,20
21 - 26 ledigingen 12,00 12,00 12,24
- 140 liter restafvalcontainer 2,35 3,50
1 - 13 ledigingen 4,70 4,70 4,79
14 - 20 ledigingen 5,85 5,85 5,97
21 - 26 ledigingen 7,00 7,00 7,14
- 240 liter gft-afvalcontainer - - - - -
- 140 liter gft-afvalcontainer - - - - -
- Ondergrondse restafvalcontainer (per inworp) 0,50 0,75 1,00 1,00 1,02
Rioolheffing Art.nr. Systematiek Bedragen in €
Vastrecht 1.1.1 woning met één persoon 147,00 147,00 147,00 152,50 152,50
woning met meerdere personen 196,00 196,00 196,00 203,50 203,50
1.1.2 niet-woning 196,00 196,00 196,00 203,50 203,50
Gedifferentieerde tarieven niet-woningen 2.1.1 vastrecht + variabel tarief voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 501 m3 tot en met 1.000 m3, per m3 0,89 0,89 0,89 0,92 0,92
2.1.2 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 2.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag 0,60 0,60 0,60
2.1.3 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 2.001 tot en met 5.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag 0,37 0,37 0,37
2.1.4 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 5.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 en 2.1.2 berekende bedrag 0,29 0,29 0,29
2.1.5 (oud) voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 10.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag 0,21 0,21 0,21
2.1.2 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 1.001 tot en met 10.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 berekende bedrag 0,52 0,52
2.1.3 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 10.001 tot en met 20.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 en 2.1.2 berekende bedrag 0,24 0,24
2.1.4 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 20.001 tot en met 30.000 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.3 berekende bedrag 0,23 0,23
2.1.5 voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf 30.001 m3, per m3 verhoogd met het op basis van 2.1.1 tot en met 2.1.4 berekende bedrag 0,22 0,22
Hondenbelasting
1e hond 47,50 40,00 37,50 37,50 37,50
2e en volgende hond 80,00 70,00 65,00 65,00 65,00
Kennel 200,00 170,00 155,00 155,00 155,00
Forensenbelasting
Tarief 2,14‰ 2,18‰ 3,36‰ 0,3413% 0,3251%
Toeristenbelasting Bedragen in €
Per overnachting, per persoon 1,00 1,00 1,50 1,50 1,50
Marktgelden Bedragen in €
Weekmarkt Hoogerheide 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Weekmarkt Putte 4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
Jaarmarkt Putte 105,00 105,00 105,00 105,00 105,00

1. Onroerende zaakbelastingen (ozb)

Terug naar navigatie - 1. Onroerende zaakbelastingen (ozb)

De onroerende zaakbelastingen worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak, de WOZ-waarde. De peildatum van de WOZ-waarde is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. De WOZ-waarde per 1 januari 2021 is leidend voor de belastingaanslag van 2022. De nieuwe WOZ-waarden voor 2021 zijn nog niet bekend. Volgens voorlopige cijfers van de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB) wordt de stijging van de WOZ-waarden voor 2022 (peildatum 1 januari 2021) ingeschat op 7% bij woningen. Bij de niet-woningen is sprake van een waardestijging van 1%. Een waarde mutatie van de onroerende zaken wordt gecorrigeerd door middel van aanpassing van de OZB-tarieven. Zodoende blijven de belastingopbrengsten van de onroerende zaakbelastingen nagenoeg gelijk.

Bij de OZB tarieven 2022 is een stijging van 2% opgenomen voor de inflatiecorrectie. Het inflatiepercentage is gebaseerd op de ontwikkeling van de consumentenprijsindex van de maand juni 2021 ten opzichte van juni 2020 (bron: CBS).  Voor het meerjarenperspectief 2022-2025 van de begroting wordt bij de opbrengsten van de onroerende zaakbelastingen rekening gehouden met een inflatiepercentage van +1%.

Het ‘normtarief’ ofwel redelijk peil van de Onroerendezaakbelasting is door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor 2022 vastgesteld op 0,1800% van de WOZ-waarde (2021: 0,1809%; bron: Meicirculaire gemeentefonds 2021).

2. Afvalstoffenheffing

Terug naar navigatie - 2. Afvalstoffenheffing

Iedere gemeente heeft de wettelijke plicht tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen binnen haar grondgebied (art. 10.21 en 10.22 Wet milieubeheer). De gemeente kan, ter compensatie van de kosten die verbonden zijn aan de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, een heffing instellen, alleen voor inwoners, voor ieder perceel (woning) waar de mogelijkheid bestaat tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen, ook al wordt er geen afval aangeboden.

Het beleid in Woensdrecht is er op gericht de hoeveelheid restafval te verminderen tot maximaal 100 kg per persoon per jaar met ingang van 2020. Woensdrecht heeft zich hierbij aangesloten bij de landelijke VANG-doelstelling: Van Afval Naar Grondstof. Tevens moet de activiteit ‘afvalinzameling & -verwerking’ kostendekkend uitgevoerd worden. Dat betekent dat de lasten financieel gedekt moeten worden door de baten, maar ook dat het principe geldt: 'de vervuiler betaalt'. Inwoners kunnen immers zelf invloed uitoefenen op de belastingaanslag door hun afval goed (of nog beter) te scheiden.

Landelijk zoeken gemeenten naar manieren om meer ‘afval’ te recyclen en minder aan te bieden als restafval. Zo ook in Woensdrecht. Het verwerken van afval wordt steeds duurder en de noodzaak om grondstoffen duurzaam te recyclen neemt toe. Het streven van de gemeente is om de hoeveelheid restafval per persoon per jaar te minimaliseren en de afvalverwerking kostendekkend te krijgen. Om de doelstelling te behalen heeft de raad in 2019 besloten met ingang van 2020 de volgende maatregelen te nemen:

  • verhoging van de variabele en invoering van progressieve tarieven van het aanbieden van het restafval;
  • verhoging van het tarief voor de extra tikken op de milieustraat.

De ophaalfrequentie van het afval blijft gehandhaafd op eenmaal in de twee weken. Het verlagen van de ophaalfrequentie van het restafval naar eenmaal in de vier weken is om redenen van hygiëne en serviceniveau niet doorgevoerd.

Voor 2022 zien we stijgende kosten van de milieustraat en de jaarlijkse indexering van de tarieven van Saver. Na een daling van de opbrengsten van monostromen in 2020 zien we een toename in 2021 van de opbrengsten van het oud papier en metaal als gevolg van de gestegen vraag naar grondstoffen. De aanname is dat de opbrengsten van de monostromen in 2022 op het niveau van 2021 blijven. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing dalen als gevolg van een afname van het aantal aanbiedingen van de restafvalcontainers en het aantal inworpen in de ondergrondse restafvalcontainers. Om de afvalverwerking in 2022 kostendekkend te krijgen wordt de raad voorgesteld de tarieven van de afvalstoffenheffing met ingang van 2022 te verhogen met het inflatiepercentage (+2,0%). Tevens wordt de raad voorgesteld de tarieven voor het gebruik van de milieustraat met het inflatiepercentage te verhogen. De belasting voor het gebruik van de milieustraat bedraagt:

Voor het 4e tegoed op de Saverpas: € 15,30 (in 2021: € 15,-);
Voor het 5e en 6e tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 30,60 (in 2021: € 30,-);
Voor het 7e en volgende tegoed, per tegoed op de Saverpas: € 51,- (in 2021: € 50,-).
Het aantal ‘gratis’ tikken op de milieustraat blijft ongewijzigd; nl. 3.

De tariefsverhoging levert een extra opbrengst aan afvalstoffenheffing op van € 50.000 en resulteert in een kostendekkingspercentage van 100%.

Voorziening 'egalisatie afvalinzameling en -verwerking'

Woensdrecht heeft een voorziening 'egalisatie afvalinzameling & -verwerking' tot haar beschikking voor het afdekken van risico's en financiële resultaten van afval. Het saldo van de voorziening was de laatste jaren gedaald naar nul. Het positief financieel resultaat (€ 59.365) op 'afval' van het jaar 2020 is in 2021 aan de voorziening toegevoegd.

 

Bedragen in €
Kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking
Taakveld/omschrijving Specificatie Bedrag %
Lasten
7.3 Afval 1. Afvalinzameling -981.500
2. Afvalverwerking -557.175
3. Milieustraat -882.500
4. Overig -152.328
2.1 Verkeer en vervoer 5. Straatreiniging -18.612
6.3 Inkomensregelingen 6. Kwijtschelding afvalstoffenheffing -75.000
Baten (exclusief opbrengsten afvalstoffenheffing)
7.3 Afval 2. Afvalverwerking 348.000
3. Milieustraat 9.805
6. Dividenduitkering Saver NV 55.000
BTW -321.672
Totaal (lasten minus baten) -2.575.982 100%
Opbrengsten afvalstoffenheffing (opgenomen in taakveld 7.3 Afval) 2.575.000
Saldo en kostendekkendheid -982 100%
Onttrekking aan de voorziening 'afvalinzameling & - verwerking' 982
Saldo afvalinzameling & -verwerking na onttrekking aan de voorziening -

Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid afvalinzameling en -verwerking’:

Taakveld ´7.3 Afval´ is het centrale taakveld. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.3 Afval’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van (afgerond) € 19.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 25% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 75.000 voor het deel van de kwijtschelding van de afvalstoffenheffing in de heffing betrokken. Het geraamde saldo van 'afvalinzameling & -verwerking' bedraagt € 982 nadelig.

3. Rioolheffing

Terug naar navigatie - 3. Rioolheffing

Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt geheven: een belasting ter bestrijding van de kosten die voor de gemeenten verbonden zijn aan:

  • de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater;
  • de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde en afvloeiende hemelwater, evenals het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

De raad stelt voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast (art. 4.22 Wet milieubeheer). In het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) wordt aangegeven op welke manier de gemeente de gemeentelijke watertaken wil verbeteren, uitbreiden, onderhouden en beheren en welke middelen noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te bereiken. Het huidige GRP 'Samen schakelen naar een toekomstbestendige waterketen' is vastgesteld door de raad in september 2019 en heeft een looptijd van 4 jaar (2020-2023).

Met ingang van het belastingjaar 2010 wordt een rioolheffing geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. De rioolheffing kent twee grondslagen:

  • een vast tarief per perceel;
  • een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

De tarieven voor 2022 veranderen niet ten opzichte van 2021.

Bedragen in €
Kostendekkendheid riolering
Taakveld/omschrijving Specificatie Bedrag %
Lasten
7.2 Riolering 1. Exploitatie en beheer riolering -1.689.242
2. Heffing en invordering rioolheffing -42.827
2.1 Verkeer en vervoer 3. Aandeel kosten straatreiniging -55.838
5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie 4. Kosten onderhoud watergangen -72.500
6.3 Inkomensregelingen 5. Kwijtschelding rioolheffing -70.000
Baten (exclusief opbrengsten rioolheffing)
7.2 Riolering N.v.t. -
BTW -104.593
Totaal (lasten minus baten) -2.035.000 100%
Opbrengsten rioolheffing (opgenomen in taakveld 7.2 Riolering) 2.035.000
Saldo en kostendekkendheid - 100%

Toelichting op de tabel ‘kostendekkendheid riolering’:

In de tabel zijn de lasten en baten opgenomen, die voor het bepalen van de tarieven van de rioolheffing van toepassing zijn. Naast de baten en lasten uit het taakveld ‘7.2 Riolering’ wordt van het taakveld ‘2.1 Verkeer en vervoer’ een bedrag van € 56.000 in de heffing betrokken. Dit betreft 75% van de geraamde lasten van straatreiniging inclusief het veegvuil. Het vegen van de goten beperkt het instromen van vuil in de straatkolken en voorkomt vervuiling van het rioolstelsel.

Van het taakveld '5.7 Openbaar groen & (openlucht)recreatie' wordt een bedrag van € 72.500 in de heffing betrokken. Dit betreft de geraamde lasten van het onderhoud van de gemeentelijke watergangen (sloten) inclusief het afvoeren van het slootvuil. Het toerekenen van het onderhoud watergangen aan rioolbeheer is reëel vanuit de relatie met de zorgplicht hemelwater. Het functioneren van het hemelwaterriool is gekoppeld aan het functioneren van de watergangen die dienen voor de afvoer van regenwater.

Van het taakveld ´6.3 Inkomensregelingen´ wordt een bedrag van € 70.000 voor het deel van de kwijtschelding van de rioolheffing in de heffing betrokken.

In de lasten van het taakveld '7.2 Riolering´ is een toevoeging aan de voorziening ´rioolbeheer´ opgenomen van (afgerond) € 1.086.000. De toevoeging aan de voorziening is gebaseerd op het 'GRP 2020-2023’. Het kostendekkingspercentage van riolering is 100%.

4. Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - 4. Lokale lastendruk

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de lastenontwikkeling van een gezin (meerpersoonshuishouden). De woonlasten bestaan uit drie onderdelen: onroerende zaakbelasting, afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de onroerende zaakbelasting wordt uitgegaan van een gezin met in eigendom een woning met een getaxeerde waarde voor het jaar 2022 van € 288.000. De waarde van € 288.000 is gebaseerd op de gemiddelde geschatte woningwaarde van 2020 van € 256.000 (bron: CBS StatLine 09-2021) gecorrigeerd met een verwachte waardestijging voor 2021 van +5,25%  en +7,0% voor 2022. Voor de afvalstoffenheffing wordt voor het jaar 2022 uitgegaan van gemiddeld 13 ledigingen van een 240 liter restafvalcontainer.

Bedragen in €
Lokale lastendruk 2018 2019 2020 2021 2022 *
Lastenontwikkeling gezin 660,59 686,27 727,25 787,55 799,41
* Berekend als volgt: OZB € 288.000 x 0,1081% + riool € 203,50 + afval vast € 178,50 + afval variabel 13 x € 8,16

5. Vergelijkend overzicht woonlasten

Terug naar navigatie - 5. Vergelijkend overzicht woonlasten

Om inzicht te hebben in de hoogte van de woonlasten in Woensdrecht zijn in onderstaande tabel de woonlasten van een aantal (buur)gemeenten opgenomen, zij het dat deze betrekking hebben op 2021. De tarieven 2022 van deze gemeenten zijn thans nog niet bekend.

Ter informatie zijn ook de “laagste” en de “hoogste” waarden opgenomen. De cijfers zijn ontleend aan de “Atlas van de lokale lasten 2021” van het COELO. Het begrip ´bruto gemeentelijke woonlasten´ is samengesteld uit de OZB voor een woning met een voor die gemeente gemiddelde waarde, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing.

Bedragen in €
Vergelijkend overzicht woonlasten
Gemeente Bruto woonlasten eph 2021 Bruto woonlasten mph 2021 Landelijk rangtelnummer
Tilburg 571 598 1
Tholen 649 736 54
Woensdrecht 674 763 96
Gemiddelde Noord-Brabant 703 776
Moerdijk 644 785 112
Halderberge 679 787 121
Rucphen 720 800 146
Gemiddelde Nederland 737 811
Etten-Leur 785 817 167
Steenbergen 709 831 185
Reimerswaal 674 837 198
Roosendaal 846 881 266
Bergen op Zoom 848 888 271
Zundert 929 975 336
Bloemendaal 1.390 1.517 370
eph = éénpersoonshuishouden
mph = méérpersoonshuishouden met eigen woning

Hieruit blijkt dat Woensdrecht ten opzichte van 2020 in de stand van het landelijk rangnummer is gestegen. Stond Woensdrecht in 2020 op nummer 54 (bruto woonlasten mph € 702), nu staat Woensdrecht op nummer 96 (bruto woonlasten mph € 763). Woensdrecht bevindt zich daarmee onder de gemiddelden van zowel Nederland als de provincie Noord-Brabant.

7. Forensenbelasting

Terug naar navigatie - 7. Forensenbelasting

De forensenbelasting wordt opgelegd aan natuurlijke personen (die geen hoofdverblijf in de gemeente hebben) en die meer dan 90 dagen een tweede (gemeubileerde) woning beschikbaar houden voor zichzelf of hun gezin. Voor het eerst wordt bij de tariefbepaling rekening gehouden met een correctie voor de waarde mutatie van de onroerende zaken. Daarnaast is het tarief 2022 geïndexeerd met het inflatiepercentage (+2,0%).

8. Toeristenbelasting

Terug naar navigatie - 8. Toeristenbelasting

Toeristenbelasting is een directe belasting die geheven wordt voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de basisadministratie personen van de gemeente zijn opgenomen. De belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. In de Verordening toeristenbelasting is een registratieplicht opgenomen, zodat duidelijk is dat de exploitant de verplichting heeft zorg te dragen voor een registratie van het aantal overnachtingen, tenzij de forfaitaire regeling wordt toegepast.

Tarief

De raad heeft in 2020 besloten het tarief met ingang van het jaar 2020 te verhogen van € 1,00 naar € 1,50 per persoon, per overnachting ongeacht het type verblijf. Het tarief voor 2022 verandert niet ten opzichte van 2020.

9. Marktgelden

Terug naar navigatie - 9. Marktgelden

De tarieven voor 2022 veranderen niet ten opzichte van 2021. 

De baten en daaraan gerelateerde variabele uitgaven zijn in 2020 fors lager door de coronacrisis. Hierdoor is bijvoorbeeld de jaarmarkt in Putte niet doorgegaan.

Bedragen in €
Baten en lasten van de markten
Omschrijving Begroting 2022 Jaarstukken 2020
Weekmarkt Putte 2.925 2.683
Jaarmarkt Putte 16.350 -53
Weekmarkt Hoogerheide 2.025 2.052
Totaal baten 21.300 4.682
Totaal lasten* -45.769 -14.073
Kostendekkingspercentage 46,5% 33,3%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.

10. Lijkbezorgingsrechten

Terug naar navigatie - 10. Lijkbezorgingsrechten

De tarieven zijn voor 2022 geïndexeerd met het inflatiepercentage (+2,0%).

Bedragen in €
Baten en lasten van de lijkbezorging
Omschrijving Begroting 2022 Jaarstukken 2020
Baten (diverse tarieven) 75.540 59.618
Lasten: begraafplaatsen / lijkbezorging* -76.504 -69.434
Kostendekkingspercentage 98,7% 85,9%
* Bedragen inclusief compensabele BTW.

11. Leges

Terug naar navigatie - 11. Leges

Naast belastingen heft de gemeente rechten (leges) voor individuele dienstverlening aan haar inwoners. De geraamde opbrengsten uit de leges mag de totale geraamde kosten niet overtreffen. De tarieven voor de leges zijn daarom kostendekkend berekend.  Daarnaast dient er rekening gehouden te worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven, zoals bijvoorbeeld voor reisdocumenten en voor rijbewijzen. De gemaximeerde bedragen voor 2022 worden pas in het najaar van 2021 bekendgemaakt. Het voorziene kostendekkingspercentage bij de leges is wettelijk gelimiteerd op 100%.

De legesverordening is naar aard van de dienstverlening ingedeeld in drie titels:

  • titel 1 Algemene dienstverlening;
  • titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning;
  • titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn.

Het komt voor dat bepaalde onderdelen van de legesverordening een hogere opbrengst realiseren dan de daaraan toegerekende kosten, terwijl bij een ander onderdeel geen 100%-kostenverhaal mogelijk blijkt te zijn. Binnen titel 1 en 2 is kruissubsidiëring toegestaan, zodat een eventueel dekkingstekort van het ene hoofdstuk binnen de titel gecompenseerd kan worden door een hoger dekkingspercentage van het andere product. Bij titel 3 is kruissubsidiëring per hoofdstuk toegestaan.

Onderstaand een overzicht van de geraamde baten en lasten voor 2022 met bijbehorende percentages van de kostendekking per hoofdstuk. Binnen Titel 1 en Titel 2 wordt kruissubsidiëring tussen de hoofdstukken toegepast. De mate van kostendekkendheid blijkt uit het overzicht. niet vermelde hoofstukken zijn 'gereserveerde' hoofdstukken. De tarieven zijn verhoogd met de inflatie van 2,0 %.  In de lasten bevinden zich de directe kosten die verbonden zijn aan de betreffende leges (met name het personeel dat de dienst verleent) en de overheadkosten. 

 

Berekening overhead

De overhead dient door de wetswijziging extracomptabel worden berekend in de vorm van een opslagpercentage. De financiële verordening geeft het volgende aan:

Voor de toerekening van de overheadkosten wordt de methode van budgetbeslag gehanteerd. Hierin worden de overheadkosten toegerekend op basis van de omvang van de taakvelden.

Besloten is om af te wijken van deze methode. Na onderzoek is gebleken dat de methode die andere gemeenten uit de regio hanteren beter aansluit.  Hun berekeningsmethode luidt als volgt: 

Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.

Het opslagpercentage overhead op de personeelskosten voor 2022 bedraagt hiermee 73,5%.

 

Kostendekking

Binnen de titel Algemene dienstverlening is er sprake van een kostendekking van 82%. Het belangrijkste aandeel binnen deze titel zijn de reisdocumenten, ID kaarten en rijbewijzen. De tarieven voor deze documenten zijn wettelijk gelimiteerd. 

Binnen de titel Omgevingsvergunningen is voor het begrotingsjaar 2022 sprake van een kostendekking van 109%. De belangrijkste baten binnen deze titel zijn de leges voor de omgevingsvergunningen en de leges voor de procedures Ruimtelijke Ordening.  Het verloop van het aantal vergunningen en de leges (op basis van de bouwsom) fluctueren jaarlijks. De hoogte en de opbouw van de leges zijn afgestemd met  vergelijkbare gemeenten. 

Binnen de titel Europese dienstenrichtlijn is de kostendekking 44%. Binnen deze titel vallen de diverse APV vergunningen en vergunningen op basis van de Drank- en horecawet.

Bedragen in €
Onderwerp legesverordening Directe kosten Loon- kosten Overhead Totale kosten Opbrengst Kosten- dekkendheid
Titel 1 Algemene dienstverlening
Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand 3.395 18.709 13.548 35.652 36.814 103%
Hoofdstuk 2 Reisdocumenten 34.195 21.853 15.824 71.872 60.950 85%
Hoofdstuk 3 Rijbewijzen 24.861 50.620 36.656 112.137 89.819 80%
Hoofdstuk 4 Verstrekkingen Basisregistratie Personen 0 8.501 6.156 14.657 11.000 75%
Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie 6 31 22 59 65 110%
Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken 7.786 5.284 3.826 16.896 9.989 59%
Hoofdstuk 10 Gemeentearchief - -
Hoofdstuk 12 Leegstandswet 0 202 146 348 279 80%
Hoofdstuk 16 Kansspelen 0 1.061 768 1.829 1.449 79%
Hoofdstuk 17 Kinderopvang - -
Hoofdstuk 18 Kabels en Leidingen 5.400 24.637 17.841 47.878 43.373 91%
Hoofdstuk 19 Verkeer & vervoer 2.679 8.720 6.314 17.713 8.427 48%
Hoofdstuk 20 Diversen 30 2.279 1.650 3.959 2.738 69%
Totaal titel 1 78.351 141.897 102.751 322.999 264.902 82%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
Hoofdstuk 2 Voorafgaand aan formele aanvraag 2.750 19.145 13.864 35.759 35.721 100%
Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 37.523 320.680 232.217 590.420 646.597 110%
Totaal titel 2 40.273 339.825 246.081 626.179 682.318 109%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn (ED)
Hoofdstuk 1 Horeca 0 5.876 4.255 10.131 7.659 76%
Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 0 5.876 4.255 10.131 900 9%
Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven - -
Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte - -
Hoofdstuk 5 Standplaatsen 0 2.203 1.596 3.799 2.114 56%
Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet - -
Totaal titel 3 0 13.955 10.106 10.673 44%
Totalen verordening 118.624 495.677 358.938 957.893 98%

12. Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - 12. Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente heeft de mogelijkheid om opgelegde aanslagen kwijt te schelden indien een belastingplichtige niet in staat is een aanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. In de Gemeentewet en de Invorderingswet 1990 is het juridisch kader voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen opgenomen. De gemeente is wettelijk verplicht de door de minister van Financiën vastgestelde regels in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 toe te passen. In de Gemeentewet is geregeld op welke onderdelen de gemeente van de Uitvoeringsregeling af mag wijken. Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen wordt verzorgd door de Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), op basis van de regeling die de raad vaststelt.

Kwijtschelding kan worden verleend voor (een deel) van de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de overige belastingsoorten is in Woensdrecht geen kwijtschelding mogelijk. Het kwijtscheldingsbudget bedraagt voor 2022 € 145.000. Dit bedrag is opgebouwd uit € 75.000 kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en € 70.000 voor rioolheffing.

Het beleid verandert niet ten opzichte van 2021 met uitzondering van mogelijke wettelijke aanpassingen.