Paragraaf 3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen

Terug naar navigatie - Algemeen

In deze paragraaf worden onze risico’s in beeld gebracht, gekwantificeerd en gerelateerd aan het weerstandsvermogen. Tevens wordt onze visie op risicobeheersing toegelicht.

Welke risico's zijn aanvaardbaar?

Terug naar navigatie - Welke risico's zijn aanvaardbaar?

Aanvaardbare risico’s voor onze gemeente zijn die risico’s, die onvermijdelijk zijn om de doelstellingen te realiseren, die de gemeenteraad heeft vastgesteld en waarbij de risico’s niet zijn af te dekken door het treffen van kostenefficiënte beheersmaatregelen, zoals bijvoorbeeld afsluiten van verzekeringen en aanpassen van processtappen.

Risicomethodiek

Terug naar navigatie - Risicomethodiek

De kwantificering van een risico wordt bepaald door de waarschijnlijkheid van optreden (= kans) en de financiële gevolgen (= impact) te vermenigvuldigen. De inschatting van de kans is verdeeld over vijf categorieën, van zeer klein tot zeer groot. De inschatting van de impact is verdeeld over vijf categorieën, van zeer laag tot zeer hoog.

In de navolgende risicomatrix zijn per eind 2023 de onderscheiden risico's met een (geraamde) financiële omvang ingedeeld naar kans en impact. De letters in deze tabel verwijzen naar de risico's, die onderstaand nader tekstueel toegelicht worden.     

 

  Impact
Kans < € 100.000 € 100.000 - € 500.000 € 500.000 - € 1.000.000 € 1.000.000 - € 2.000.000 > € 2.000.000
Zeer groot 
(> 75%)
         
Groot 
(51% - 75%)
  I H    
Gemiddeld 
(26% -50%)
  D, F, J, G,  N, O     
Klein 
(6% - 25%)
  L, Q P K A,  B, C, E 
Zeer klein 
(t/m 5%)
       

Status en ontwikkeling van de belangrijkste risico's

Terug naar navigatie - Status en ontwikkeling van de belangrijkste risico's

De belangrijkste strategische risico’s van onze gemeente zijn geïnventariseerd. Tenzij anders wordt vermeld, zijn navolgende risico's van structurele aard. Per risico worden onze beheersmaatregelen aangegeven.

A. Joint venture Business Park Aviolanda

Het marktrisico dat onze gemeente in deze publiek-private samenwerking loopt, hangt nauw samen met onze rol als aandeelhouder en als verschaffer van leningen. De mogelijke financiële impact is de som van de door ons verstrekte financiering aan aandelenkapitaal en aan leningen. Met additionele gemeentelijke financiering ten behoeve van uitvoering van het Ondernemingsplan 2023-2026 wordt nog geen rekening gehouden. 
De belangrijkste beheersmaatregelen zijn enerzijds onze betrokkenheid als aandeelhouder in de besluitvorming over belangrijke projecten en anderzijds, dat additionele financiering in het kader van het Ondernemingsplan pas zal worden verstrekt na instemming door de raad. Het risico, dat de waardebepaling van de huidige aandelen in Business Park Aviolanda B.V. leidt tot een aanpassing van de waarde voor de aandeelhouders provincie en gemeente is beperkt doordat een reserve gevormd is, waardoor een mogelijke waardedaling geen invloed op onze gemeentelijke exploitatie heeft. 

B. Wet Werk en Bijstand, beroep op bijstand en minimabeleid

Door het ministerie wordt het budget jaarlijks op landelijk niveau vastgesteld. Vervolgens vindt een verdeling naar de gemeenten plaats op basis van kenmerken, die niet beïnvloedbaar zijn door de gemeenten. Risico's zijn gelegen in de fluctuaties in het klantenbestand van de ISD, die  leiden tot extra uitgaven ten laste van BUIG-budget en minimabeleid. Factoren die de stijging van het klantenbestand veroorzaken, zijn een toename van het aantal WW-uitkeringen en taakstelling voor de opname van statushouders. Aangezien de meeste corona steunmaatregelen zijn gestopt, is er een risico dat meer mensen beroep doen op de bijstand en het minimabeleid vanaf 2022/2023. Daarbij komt dat de taakstelling voor de opname van statushouders relatief hoog is. De meeste statushouders doen een beroep op de bijstand en het minimabeleid.  
Beheersmaatregel is het nauwgezet volgen van de relevante ontwikkelingen in samenwerking met de ISD. 

C. Uitvoering Jeugdzorg

Risico's betreffende jeugdzorg zijn het stijgende zorggebruik en de niet volledige invloed op de doorverwijzing naar duurdere zorgvormen. Door het Rijk zijn financiële middelen toegekend. Het risico op overschrijding van deze financiële middelen is nog steeds aanwezig en zal gezien de lastige voorspelbaarheid van de uitgaventiming zo blijven. Inmiddels is er al wel een beter zicht op de financiële stromen en heeft de inzet van jeugdprofessionals geleid tot een verlaging van het risico dat jeugdigen sneller doorwezen worden naar de duurdere zorg.  
Ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd en de uitgaven worden gemonitord. Ook wordt de financiële positie van zorgaanbieders in de jeugdzorg, waaronder de gecertificeerde instellingen, nauwgezet gevolgd.  

D. Uitvoering Jeugdzorg - tariefsaanpassingen

De tarieven voor de jeugdzorg worden de komende jaren verder aangepast. Niet alleen door indexatie van de tarieven, maar ook door verandering van de tarieven. Met name voor de gecertificeerde instellingen zijn en worden tariefonderzoeken uitgevoerd. Dit is een onderdeel van de norm voor opdrachtgeverschap waaraan gemeenten dienen te voldoen. Door het maken van afspraken over de wijze van jaarlijkse indexering en door tussentijdse aanpassing van de benodigde budgetten in de planning & control cyclus wordt het risico op forse tussentijdse kosteneffecten beperkt.

E. Uitvoering Wmo

Het aantal aanvragen voor Wmo ondersteuning is al diverse jaren aan het stijgen. Vanaf 2021 was de stijging voor huishoudelijke ondersteuning en begeleiding substantieel; een stijging die zich in 2022 verder heeft doorgezet. Als gevolg van de vergrijzing,  het abonnementstarief, het streven vanuit landelijke politiek en de behoefte van onze inwoners om langer zelfstandig thuis te wonen wordt door ons verwacht dat deze trend zich de komende jaren verder zal doorzetten. Ook worden eind 2022 de tarieven van zorgverleners worden verhoogd. De stijging in volume en in prijs kan ertoe leiden, dat het generieke risico dat bestaande budgetten niet toereikend zullen zijn, niet alleen meer op zal gaan voor HO en BG, maar ook voor woonvoorzieningen, vervoer en hulpmiddelen.
Naar verwachting zal in 2025 of 2026 de eigen Wmo-bijdrage weer opnieuw inkomensafhankelijk worden gemaakt, hetgeen een dempende werking zal hebben op de omvang van de Wmo ondersteuning. Ontwikkelingen in het aantal en de omvang van de Wmo indicaties worden nauwgezet gevolgd en waar mogelijk bijgestuurd. Onze gemeente heeft de doelstelling om de hulp zo efficiënt mogelijk in te zetten. 

F. Beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Hierbij bestaat een financieel risico, omdat het een openeinderegeling is, waarbij de instroom en doorstroom steeds aan veranderingen onderhevig zijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschermd wonen van mensen met psychische en psychosociale problemen. Pas vanaf 2023 gaan we stapsgewijs als gemeente een financiële bijdrage vanuit de rijksoverheid ontvangen. De beheersmaatregelen worden regionaal uitgevoerd.
Het bieden van maatschappelijke opvang is een wettelijke taak van gemeenten.   

G. Instandhouding van gemeentelijke infrastructuur

Het risico is reëel aanwezig, dat de uitgaven van onze meerjarige onderhoudsplannen door oplopende materiaal- en personele kosten en actualisatie hoger uitvallen dan begroot. Continuering van het huidige conditieniveau van onze infrastructuur leidt waarschijnlijk tot hogere beheerskosten met name door de gestegen grondstofprijzen en transportkosten. 
In de loop van 2023 wordt het Gemeentelijke rioolplan en het Beleidsplan wegen geactualiseerd. Voor een solide financieel beleid is er een reëel inzicht benodigd van het groot onderhoud en de exploitatiebudgetten. Voor de realisatie van de te actualiseren plannen is naar verwachting een verhoging van de jaarlijkse dotaties benodigd om het huidige conditieniveau te kunnen handhaven.
Om de lasten in de beleids-  en beheerplannen te verlagen kunnen een aantal beheersmaatregelen doorgevoerd worden, zoals door het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed te combineren met het groot onderhoud. Laatstgenoemde vergt een extra investering maar resulteert in een mogelijke besparing op de exploitatiebudgetten. Beheersing vindt plaats aan de hand van bestuurlijke besluitvorming, waarin ambitieniveaus bijgesteld kunnen worden. Uitgangspunt is dat nieuw en geactualiseerd beleid wordt ontwikkeld binnen de bestaande financiële kaders. 

H. (Ver)nieuwbouw van gemeentelijke infrastructuur

Naast de gestegen uitgaven aan onderhoud en beheer is een substantieel risico gelegen in (ver)nieuwbouw van onze gemeentelijke infrastructuur. Met name betreft dit de komende jaren de uitvoering van het integraal huisvestingsplan van onze onderwijshuisvesting. De werkelijke uitgaven zullen hoger uit gaan vallen dan begroot door met name de gestegen grondstofkosten en transportkosten. De toenemende inflatie zal leiden tot een stijging van salarissen hetgeen doorwerkt in de kosten van realisatie. 
Beheersmaatregelen zoals het combineren van de (ver)nieuwbouw met verduurzaming van gemeentelijk vastgoed te combineren met het groot onderhoud vergen een extra investering maar resulteren in een mogelijke besparing op de toekomstige exploitatiebudgetten. Beheersing vindt ook nog plaats in de bestuurlijke besluitvorming en het overleg met onderwijsbesturen, waarin ambitieniveaus bijgesteld kunnen worden. Het uitgangspunt, dat nieuw en geactualiseerd beleid wordt ontwikkeld binnen de bestaande financiële kaders, is onder de huidige economische ontwikkelingen onhaalbaar. 

I. Verbonden partijen

In het algemeen is de afspraak gemaakt dat verbonden partijen geen of beperkte bestemmingsreserves aanhouden, maar zich in geval van een risico dat zich daadwerkelijk voordoet, wenden tot de deelnemende gemeenten om dit op te vangen. Dit is voor ons een direct financieel risico. Tevens loopt onze gemeente het risico dat kostenstijgingen bij verbonden partijen tot verhoging van onze bijdragen leiden. Kostenstijgingen bijvoorbeeld als gevolg van de huidige onzekerheden in de economische groei, werkgelegenheid, inflatie en stijgingen van de tarieven van brandstoffen en grondstoffen zullen (in)directe gevolgen hebben op onze gemeentelijke bijdragen. De omvang ervan is potentieel omvangrijk, maar gezien de huidige onzekerheden lastig in te schatten.  
Via onze regiefunctionaris zullen de ontwikkelingen gevolgd worden. 

J. Herziening gemeentefonds

De herijking van het gemeentefonds, waarbij de rijksoverheid rekening houdt met de vastgestelde knelpunten in de verdeling van de middelen in het sociaal domein, gaat in vanaf 2023. Inmiddels is uit de meicirculaire 2022 duidelijk geworden, dat onze gemeente vooralsnog een voordeel behaalt uit de herziening. Dit is echter nog niet de eindsituatie omdat de discussie tussen VNG en ministerie voortduurt inzake de uitvoering van het advies van de Raad van Openbaar Bestuur. In de circulaires vanaf september 2022 zal blijken of de positieve gevolgen voor onze gemeente voortduren. 
We volgen de ontwikkelingen op de voet.

K. Grondexploitatie

Onze gemeente heeft qua financiële omvang beperkte grondposities in centrum Hoogerheide, Noordrand Ossendrecht en VV VIVOO sportlocatie Huijbergen. Het risico op deze grondposities is, dat gronden uiteindelijk niet worden verkocht of tegen een lagere grondprijs. Uiteindelijk behoudt grond altijd een minimale waarde die groter dan nul is. Een additioneel risico heeft betrekking op het geraamde tekort op de grondexploitatie Centrum Hoogerheide op basis van de huidige verwachtingen omtrent projectuitgaven en projectwinsten. Door tussentijdse projectactualisaties blijft er inzicht in het verloop van de ramingen en is beheersing en bijsturing mogelijk.

L. Participatiebudget
Ons doel is om meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, aan het werk te krijgen. De risico’s daarbij zijn gelegen in de fluctuaties aan de inkomstenkant, die niet volledig gecompenseerd kunnen worden aan de uitgaven-/beleidskant. Door het aanbieden van meer trajecten kunnen de kosten stijgen. Het streven is om binnen het begrote budget te blijven.

M. Gemeentegaranties cultuur, sport, zorg en onderwijshuisvesting

Onze gemeente staat garant voor enkele lokale verenigingen en instellingen. Het risico is hierbij aanwezig dat deze organisaties niet meer aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen en dat de garantstelling door banken wordt aangesproken. Vanaf 2024 zal onze gemeente meerjarig garant staan voor de financiering van bouw en exploitatie van het Integrale Kind Centrum in Woensdrecht. Onze gemeente heeft een beleidslijn met betrekking tot het afgeven van garantstellingen. Door het volgen van de financiële positie van de betreffende organisaties kan ons risico beperkt blijven. 
Waarborgen worden door ons verkregen via het eigendom van het IKC en door de afspraken met de overkoepelende stichting, die het IKC laat bouwen en beheren. 

N. Economische ontwikkelingen en overheid

Inwoners, organisaties en ondernemingen ondervinden in meer of mindere mate de gevolgen van de huidige stijgingen in inflatie, personele kosten, energieprijzen, materiaalkosten en  beschikbaarheid van personeel en materialen. Onduidelijk is in hoeverre de huidige prijsstijgingen en daarmee nadelige financiële gevolgen voor velen, zich verder door zullen zetten en in hoeverre de door het kabinet op Prinsjesdag aangekondigde (compenserende) maatregelen voldoende compensatie gaan bieden. En wat het effect is van de aangekondigde maatregelen zoals verhoging van het minimumloon. De potentiële impact van verdere prijs/kostenstijgingen is groot, maar onzeker.
Nationale en Europese wet- en regelgeving heeft vaak gevolgen voor gemeentelijke organisaties. Invoering van wet- en regelgeving leidt niet automatisch tot een extra overheidscompensatie en is omgeven met vele risico’s qua concrete invulling. 
De Omgevingswet gaat in per 1 januari 2023 en hebben potentieel omvangrijke gevolgen voor onze taken en rollen. Het risico dat we lopen is dat de gevolgen op het gebied van planvorming en vergunningverlening en de inkomsten uit leges nog onvoldoende bekend zijn en zal pas na invoering duidelijk zullen worden. 
De ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd en waar nodig vindt bijsturing plaats. 

O. Afvalinzameling & -verwerking

De afvalbegroting is voor een groot deel afhankelijk van niet beïnvloedbare factoren zoals  afvalgedrag van inwoners, marktwerking van verwerkingstarieven of prijzen voor de inname van waardevolle recyclebare producten en de invoering van belastingen zoals verbrandingsbelasting op restafval. We lopen het risico dat het tekort op de afvalinzameling en -verwerking niet (volledig) door maatregelen en door verhoging van de tarieven kan worden gecompenseerd. Daarnaast zal het realiseren van de VANG doelstelling naar verwachting leiden tot betere grondstofscheiding en daarmee lagere opbrengsten.  Geïnvesteerd dient te worden in pilots ter stimulering van onze inwoners om daarmee de doelstelling te realiseren en hoge kosten te vermijden. 
Het realiseren van kostendekkendheid blijft een lastige opgave. Voornaamste risico's zijn de lagere vergoedingen voor grondstoffen,  de gemeentelijke milieustraat en de extra milieubelasting. Het variabele tarief is drie achtereenvolgende jaren verhoogd en tevens is het tarief progressief gemaakt om het scheiden van afval en het minimaliseren van restafval te stimuleren. Door de toevoeging aan de egalisatievoorziening is inmiddels weer een kleine financiële buffer aanwezig om tegenvallers op te vangen.
Ook de vaste kosten zijn in de afgelopen jaren hard gestegen. Een van de grootste kostenposten zijn de hoge exploitatiekosten van de milieustraat, stijging van de verwerkingstarieven en toename van de afvalstromen die worden ingezameld. Onze gemeente heeft het vaste tarief  verhoogd om kostendekkendheid na te streven. Onderzocht  wordt hoe de milieustraat efficiënter kan worden ingericht met als doel een hoger scheidingspercentage en lagere vaste kosten. 
Door samenwerking met betrokken partijen als VNG, Stichting Afvalfonds en andere gemeenten, worden risico's beperkt. De financiële gevolgen van de ontwikkelingen bij Saver en de afvalmarkt worden gevolgd en kunnen leiden tot vervolgacties, zoals tariefaanpassingen. 

P. Stikstofbeleid overheid

De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt de resultaatsverplichtingen voor de  stikstofreductie. In 2030 moet minimaal 50% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben. Stikstofuitstoot moet uiteindelijk in 2030 gehalveerd zijn ten opzichte van 2019. De Nederlandse overheid past het beleid aan, waarbij de stikstofuitstoot omlaag gaat en de natuur beter beschermd wordt. Gezien de landelijke protesten tegen dit beleid en de onderhandelingen tussen betrokken partijen, met name de boeren, is het onduidelijk hoe ingrijpend het uiteindelijke stikstofbeleid zal worden. 
De gevolgen voor onze gemeente zijn onzeker, maar potentieel omvangrijk. De stikstofuitstoot in onze gemeente wordt namelijk voor ca 61% veroorzaakt door de uitstoot vanuit het Antwerpse havengebied en de intensieve veeteelt in Vlaanderen. Onze mogelijkheden tot directe invloed op de reductie hiervan zijn nagenoeg nihil. 
Verwacht mag echter worden, dat het stikstofplan van de overheid mogelijk een nadelige invloed op onze gemeentelijke ambities en bouwplannen zal hebben en zal leiden tot uitstel of zelfs afstel van enkele bouwplannen. De  ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen voor onze (lopende) projecten worden nauwgezet gevolgd.

Q. Sanering deel zoutopslag Antwerpsestraatweg

Onze gemeente loopt het risico dat als gevolg van de verkoop van een deel van de zoutopslag te Hoogerheide een saneringsbijdrage dient te worden betaald. De omvang van dit risico is en wordt gemonitord door tussentijdse metingen waardoor inmiddels de kans op daadwerkelijke sanering qua omvang is afgenomen.

In onderstaande tabel worden de qua financiële omvang belangrijkste risico's benoemd. Vermeld zijn alleen de risico's (= kans x financiële impact) met een omvang vanaf € 300.000. 

In deze tabel is het bedrag aan risico's met betrekking tot WMO en Jeugdzorg de som van de hiervoor beschreven risico's.  

Omvang risico's Begroting 2023
Risico's vanaf € 300.000  
WMO € 720.000
Aviolanda € 590.000
Jeugdzorg  € 520.000
WWB € 490.000
Infrastructuur - (ver)nieuwbouw  € 480.000
Infrastructuur - beheer en energie € 360.000
Economische ontwikkelingen en overheid € 300.000
Totaal van de overige risico's € 750.000
   
Totaal gekwantificeerde risico's € 4.210.000

Niet kwantificeerbare risico's

Terug naar navigatie - Niet kwantificeerbare risico's

Niet alle risico’s hebben direct financiële gevolgen. Op risico’s zonder (duidelijke) financiële gevolgen, maar met grote niet-financiële gevolgen, dient onze gemeentelijke organisatie te sturen.

Brand 2011 bij Chemie-Pack in Moerdijk

Een belangrijk niet-gekwantificeerd risico voor onze gemeente is dat de gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant door de omliggende bedrijven van Chemie-Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden worden voor de schade van de brand in 2011. Deze zaak is onder behandeling bij de rechter. 

Wet Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers

De rentedaling in de afgelopen jaren heeft geleid tot forse jaarlijkse dotaties ten laste van het exploitatieresultaat. Verwacht mag worden dat de kapitaalmarktrente in de komende jaren weer zal gaan stijgen onder invloed van een toenemende inflatie, stijgende energieprijzen en verhoging van personele lasten. Op het moment van opstellen van deze begroting zien we een stagnatie in de (stijging van) de marktrente en een forse toename van de inflatie. Voor de komende jaren wordt vooralsnog geen extra dotatie voorzien.

Uitvoering nationaal klimaatakkoord

Binnen de afspraken van het klimaatakkoord committeren gemeenten zich lokaal en regionaal aan de afspraken op het gebied van o.a. de energie transitie, klimaat adaptatie en de circulaire economie.
De ambities en afspraken worden uitgewerkt in concrete projecten zoals de realisatie van zon- en windparken,  gemeentelijke warmtevisies en buurtuitvoeringsplannen, laadvisies,  energiebesparingsprojecten en Regionale Energie Strategieën met uitvoeringsagenda’s. De uitvoering van het klimaatakkoord gaat gepaard met aanzienlijke kosten. We volgen de ontwikkelingen en vertalen die naar onze eigen situatie. 

Inventarisatie weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Inventarisatie weerstandscapaciteit

Bij de inventarisatie van het weerstandsvermogen wordt onderscheid gemaakt tussen weerstandsvermogen in de vermogenssfeer en in de exploitatiesfeer. Weerstandsvermogen in de vermogenssfeer wordt gevormd door het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve en door de stille reserves. Van een stille reserve is sprake indien activa een hogere waarde vertegenwoordigen dan de boekwaarde op de balans. In het weerstandsvermogen van onze gemeente zijn geen stille reserves opgenomen.

Op het vrij aanwendbare deel van de algemene reserve zijn de geraamde onttrekkingen voor investeringsuitgaven en exploitatie-uitgaven voor de begrotingsperiode in mindering gebracht.

Het weerstandsvermogen in de exploitatiesfeer wordt gevormd door de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit. De post onvoorzien is in onze financiële verordening vastgesteld. De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de extra structurele middelen, die gegenereerd kunnen worden door de tarieven van gemeentelijke heffingen te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit kan worden berekend door de toegestane belastingtarieven (het tarief om tot een artikel 12 gemeente gerekend te worden) te vergelijken met de belastingbaten/belastingtarieven in onze gemeente.

Onze bestemmingsreserves (met uitzondering van de reserve investeringsprojecten) zijn in principe vrij te besteden voor diverse doeleinden. Deze reserves zijn geoormerkt voor vooraf bepaalde doeleinden, maar de gemeenteraad kan besluiten er een ander doel aan te geven of ze vrij te laten vallen ten gunste van de algemene reserve.

Bestemmingsreserves zijn geen onderdeel van ons weerstandvermogen.

Weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Weerstandscapaciteit

Van belang is dat de ‘vrije’ ruimte in de exploitatie en de reserves voldoende is om de risico’s op te kunnen vangen. Dit wordt uitgedrukt in een weerstandsratio, waarvoor de gemeenteraad van Woensdrecht de minimumnorm van 1,4 heeft vastgesteld.

Het eind 2023 geraamde weerstandsvermogen bedraagt € 6.806.161. Dit bedrag is opgebouwd uit het geraamde saldo van de algemene reserve, onbenutte belastingcapaciteit, post onvoorzien, waarop de exploitatie-uitgaven, investeringsuitgaven en de budgetoverheveling in mindering zijn gebracht. Tenslotte is het exploitatieresultaat over 2021 toegevoegd.

De omvang van het beschikbare weerstandsvermogen voor de gemeente Woensdrecht is als volgt begroot:

 

Weerstandsvermogen Begroting 2023
Raming stand van Algemene reserve per 01-01-2023 € 6.351.021
minus: investeringsuitgaven en exploitatie-uitgaven t.l.v. Algemene Reserve 2023-2026 € - 79.860
plus: onbenutte belastingcapaciteit € 500.000
plus: post onvoorzien € 35.000
Totale weerstandsvermogen 31-12-2023  € 6.806.161

Weerstandsratio

Terug naar navigatie - Weerstandsratio

De weerstandsratio wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het totaal aan gekwantificeerde risico's. Dit leidt tot een voorziene waarde van de weerstandsratio per 31-12-2023 van € 6.806.161 / € 4.210.000 = 1,6.  

Hiermee wordt voldaan aan de door de gemeenteraad vastgestelde, minimale waarde van de weerstandsratio (= 1,4).

 

Ontwikkeling kengetallen

Terug naar navigatie - Ontwikkeling kengetallen

Navolgende financiële kengetallen geven inzicht in onze financiële positie. Door de Commissie BBV is de bewuste keuze gemaakt om geen normen op te leggen voor de kengetallen. Een kengetal of de ontwikkeling van een kengetal is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Hierin kunnen bewuste keuzes zijn gemaakt. Het gaat om de onderlinge samenhang van de kengetallen en de uitleg hierbij.

Kengetallen Jaarstukken  Begroting Meerjarenplanning
2021 2022 2023 2024 2025 2026
Netto schuldquote 6,1 % 22,9 % 20,7% 16,4% 9,1% 4,1%
Netto schuldquote, 
gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
1,9 % 19,3 % 16,6% 12,3% 5,0% -0,1%
Solvabiliteitsratio 40,5 % 32,2 % 36,0% 40,5% 48,0% 52,2%
Grondexploitatie -2,2 % -1,9 % 3,2% 1,1% 1,0% 0,0%
Structurele exploitatieruimte 4,7 % 1,7 % 2,8%

6,0%

5,1% 3,0%
Belastingcapaciteit 97,1 % 98,6 %  101,0% 101,4% 101,8% 102,3%

 

Beoordeling van de kengetallen in relatie tot de financiële positie

Terug naar navigatie - Beoordeling van de kengetallen in relatie tot de financiële positie

Basis voor navolgende analyse is de signaleringswaarden zoals die door de provincie Noord -Brabant zijn gedefinieerd. De meerjarige financiële risicopositie van onze gemeente is te typeren als minst risicovol. Balansratio's over (omvang van) schuldquotes en solvabiliteit geven aan in welke mate onze gemeente in staat is om aan onze financieringsverplichtingen te voldoen en over welk financieel buffervermogen we beschikken. De schuldquote is in de afgelopen jaren toegenomen, maar zal meerjarig af gaan nemen als gevolg van het beperkte investeringsniveau. 

Ter toelichting op de ratio's die de vermogenspositie weergeven, vermelden we enkele relevante waarden: de ramingen leiden per eind 2023 tot van een balanstotaal van € 54 miljoen, eigen vermogen van € 19 miljoen, langlopende leningen van € 6 miljoen en kortlopende leningen van € 13 miljoen.   

Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een waarde van minder dan 90% wordt beschouwd als zijnde minst risicovol. De waarde daalt de komende jaren, maar zit ver onder de genoemde grenswaarde.

Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin we in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Een waarde van meer dan 50% is volgens het toezichtkader het minst risicovol; een waarde van minder dan 20% het meest risicovol. We blijven aandacht houden voor de ontwikkeling van onze financieringsverhouding, maar voorzien in de komende 2 jaren met de huidige ramingen al een stijging tot boven de 40%. 

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting / jaarrekening en uitgedrukt in een percentage. Volgens het toezichtkader is een waarde van minder dan 20% het minst risicovol. Daaraan voldoen we in ruime mate.

Structurele exploitatieruimte

Beoordeling welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Een waarde van minder dan 0% wordt gekwalificeerd als meest risicovol.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeenten zich verhoudt ten opzichte van  het  landelijk gemiddelde.  De  definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar).